DEN HAAG – Al twintig jaar wordt er binnen de muren van de Rijksoverheid gebeden. In vrijwel elk ministerie komen ambtenaren wekelijks samen om voor hun werk, collega’s en het land te bidden. Johan de Vos is nu een aantal jaar actief bij Rijksgebed en ziet hoe dit stille werk achter de schermen een krachtige geestelijke impact heeft.
Het verhaal gaat dat de oprichter van Rijksgebed destijds zich geroepen voelde om langs de ministeries te gaan en te bidden. Niet lang daarna ontstonden de eerste Rijksgebedsgroepen. “De oprichter ging van ministerie naar ministerie, sprak met mensen, bad in de gebouwen, en langzamerhand begonnen er vaste groepen te ontstaan.”
Vandaag de dag bestaat er een landelijk netwerk van gebedsgroepen binnen de Rijksoverheid. Elk ministerie heeft een eigen coördinator, en er is een overkoepelend kernteam dat contact onderhoudt met de lokale gebedsgroepen. Periodiek komen medewerkers samen voor een half uur gebed, gebaseerd op 1 Timoteüs 2:1-4: “Allereerst roep ik ertoe op dat er smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden.”
Gebed als vaste waarde
Volgens De Vos is gebed niet iets dat je “erbij doet”. “We geloven dat gebed krachtig is en dat niets verandert zonder gebed. Als we afhankelijk zijn van de Heer, moeten we Hem ook echt betrekken – niet alleen in het geloofsleven, maar ook in ons werk.” Vanuit die overtuiging is het Rijksgebed uitgegroeid tot een onmisbare stille kracht binnen de Rijksoverheid.
De coördinatoren per ministerie zorgen voor de periodieke bijeenkomsten. “We bidden voor actuele situaties binnen het ministerie – dat kan iets kleins zijn op de werkvloer, maar bijvoorbeeld ook een politiek dossier of een moeizame reorganisatie. Daarnaast hebben we een appgroep waarin ook nationale gebedsonderwerpen gedeeld worden.”
Gebedsverhoring in de praktijk
Een voorbeeld dat De Vos nooit zal vergeten, er was een feest met onbijbelse aspecten op een ministerie “Het voelde geestelijk totaal niet goed.” Een bezwaar is kenbaar gemaakt aan de leidinggevenden en een gesprek werd hieraan gewijd. De reactie was dat men geen probleem erin zag.
“Ik zat in de auto en was in gesprek met mijn leidinggevende. Juist op moment dat ik dacht om het los te laten vlogen er vijftien zwarte kraaien vlak over me heen. Ik ervoer dat als een indruk van God: dit is geestelijke strijd, geef niet op.” Die avond werd er gebeden op een gebedsgroep en kwam de tekst uit Job 12:7 Maar vraag toch de dieren, en zij zullen je onderwijzen, de vogels in de lucht, en zij zullen het je bekendmaken. Dit was een bevestiging, niet opgeven! Ook kwam de tekst van Jozua kwam voorbij: ‘Jozua 1:3 Elke plaats die uw voetzool betreedt, heb Ik u gegeven. We bleven bidden, ook in het gebouw. Het feest is uiteindelijk wel doorgegaan, maar in milde vorm.
Gebed en politiek
Volgens De Vos is gebed ook een wapen in de politieke arena. Er zijn onevenredig veel christenen op sleutelplekken in de politiek. Juist de christelijke partijen hebben vaak grote invloed. “Dat is geen toeval. Gebed maakt de weg vrij voor beslissingen in lijn met Gods wil. Soms zien we bijvoorbeeld wetgeving stranden die duidelijk tegen Bijbelse waarden ingaat, en dan weet ik: daar is voor gebeden.”
Historische lijnen
Het belang van gebed voor de overheid is volgens De Vos ook historisch geworteld. “In het boek Nederland geboren uit gebed van Alex van Vuuren zie je dat al tijdens de Tachtigjarige Oorlog de overheid gebedsdagen uitschreef voor de bevrijding van het land. Ambassadeurs zeiden later: ‘Nederland is door gebed bevrijd.’”
De Vos hoopt dat er in de toekomst ook weer landelijke, overheidsbrede gebedsdagen komen. “We hebben als land genezing nodig. 2 Kronieken 7:14 zegt het al: Als Mijn volk zich verootmoedigt en bidt… dan zal Ik hun land genezen.Daar geloof ik heilig in.”





