Susanne Hartenberg (31) voelt zich in haar jeugd een buitenbeentje. Ze vindt moeilijk aansluiting bij andere kinderen en wordt op de middelbare school ook gepest. Ze experimenteert met alcohol, drugs en kleding. Samen met andere buitenbeentjes gaat ze pendelen op een begraafplaats. Wanneer ze tijdens haar slaap een angstaanjagende ervaring van buiten haar lichaam treden heeft, ontdekt ze Jezus. “Ik kon het wel van de daken schreeuwen: Jezus bestaat en Hij heeft mij gered!”
Susanne groeide op in Brielle en ging er naar een christelijke basisschool. Daar hoorde ze verhalen over Jezus en leerde ze bidden. “Op school leerde ik een paar basic dingen over het geloof, maar thuis deden we er niets mee.” Als ze een keer achterop de fiets van haar moeder hardop het Onze Vader zingt, zegt haar moeder dat ze dit maar niet zo hard moet doen. “Ik had het idee dat ze het gênant vond. Zo leerde ik dat ik in twee verschillende werelden leefde, die van school en die van thuis.”
Haar jeugd is niet gemakkelijk. “Ik vond moeilijk aansluiting bij klasgenootjes en had weinig vriendinnen. Ik was dromerig en leefde echt in een eigen wereld. Ik voelde me anders, raar.” Op de middelbare school wordt Susanne gepest. “De vakken vond ik leuk, maar ik was nog steeds dat rare meisje dat er anders uitzag. Ik had op een gegeven moment zwart haar, een excentrieke kledingstijl en daarom werd ik doelwit van pesterijen. Kinderen blokkeerden mijn fiets zodat ik niet uit het fietsenhok kon komen, ze trokken aan mijn trui en zeiden lelijke dingen tegen me. Dan ga je geloven dat je lelijk bent en raar. Woorden hebben kracht, het heeft mij getekend.”
Ouders gescheiden
Ook thuis gaat het niet goed. “We hadden moeilijke tijden als gezin. Mijn huwelijksbeeld is gevormd door de relatie die mijn ouders met elkaar hadden. Op mijn zestiende gingen ze uit elkaar. Het was heel heftig, je wereld valt uit elkaar. Je bent het product van de liefde van je ouders en die liefde was er niet meer, dus ik dacht: waarom ben ik er dan nog?”
Vanaf haar zestiende begint Susanne met het drinken van alcohol. Ook gaat ze experimenteren met blowen en het eten van spacecake. “Ik dronk heel veel en steeds meer. Het was meer een copingmechanisme dan dat ik het deed om het lekkere of gezellige. Het was meer om te kunnen functioneren.”
Pendelen op begraafplaats
Susanne krijgt een vriendengroep buiten school. “Zij zaten op andere scholen en waren daar ook de buitenbeentjes. We gingen pendelen op de begraafplaats, dat vond ik zo intrigerend. Ik wilde er ook bijhoren en droeg extreme kleren, had zwart haar en een satansketting om mijn nek. Ik ging helemaal los met het vinden van mijn identiteit in het uiterlijke in plaats van het innerlijke. Het innerlijke verwelkte terwijl het aan de buitenkant steeds extremer werd.”

De groep drinkt en luistert naar “boze en agressieve muziek”. “Ik kon mezelf daarin vinden, want ik was ook boos van binnen en agressief.” Als ze een keer een Playboy voor ogen krijgt, voelt Susanne een enorme walging. “Ik dacht: Als dat een vrouw is, als dit vrouwelijkheid is, dan wil ik er absoluut niks mee te maken hebben.”
Shag roken en vloeken
Ze voelt zich heel verward over haar identiteit. “Ik dacht: wil er helemaal niet vrouwelijk uitzien met lang haar, mooie nagels of make-up. Ik koos juist meer voor oversized jongenskleding. Dat voelde veilig maar het verwarde me ook. Ik voelde me er veel fijner bij en vroeg me daarom af of ik misschien toch een jongen was, want ik vond ook geen aansluiting bij andere meisjes.” Susanne gaat zich mannelijker gedragen. “Ik ging shag roken en vloekte ontzettend veel. Om het minste of geringste misbruikte ik de naam van Jezus en riep ik vloeken af over mezelf. Ik ging als een man op de bank hangen, helemaal onderuitgezakt, met een biertje erbij. Ook speelde ik gewelddadige games.”
Op een gegeven moment vraagt Susanne zich wel af of er niet meer is tussen hemel en aarde. “Ik was eigenlijk atheïst, maar werd langzamerhand een beetje agnost. Ik vroeg me af wat er nog meer is dan wat we kunnen zien en ging me bezig houden met occultisme, door tarotkaarten te leggen en te pendelen. Ik hoorde steeds meer verhalen over hoe je contact zoekt met het geestelijke, maar ik vond het ook eng en iets in mij weerhield mij ervan om me er volledig in te storten. Maar ik had wel een honger naar wat er meer moet zijn.”
Datingswebsite
Via een datingswebsite leert Susanne Jeroen kennen. “Hij vertelde dat hij christelijk was opgevoed. Ik zei dat ik op een christelijke basisschool had gezeten, maar er niks mee doe. We hadden er hele open gesprekken over. Ik zei wel dat ik niet op zondag vroeg op zou staan om mee naar de kerk te gaan, dat moest hij maar alleen doen.”
De twee krijgen een relatie. “Jeroen is echt een evangelist in hart in nieren. Ook al had hij veel meegemaakt, hij kon het niet laten om over God te praten. Ik had wel heel veel vragen. Hoe kon je gaan leven volgens een oud sprookjesboek, zoals ik de Bijbel beschouwde, en dan naar de hemel gaan. Ik kon er helemaal niks mee en begon een beetje anti te worden, maar ik vond Jeroen zo leuk, ik was verliefd op hem.”
Out-of-body-experience
Na een gesprek over de vraag schepping of evolutie, maakt Susanne iets raars mee. “Vlak voordat ik in slaap viel, kreeg ik een out-of-body-experience (ervaring van buiten het lichaam treden). Iets nam mij mee naar een andere plek en het was er ontzettend duister. Het was heel angstaanjagend en ik dacht: dit is geen droom of nachtmerrie. Ik was zo bang dat ik, toen ik weer terug was in mijn lichaam, tegen Jeroen zei: we moeten het niet meer over het geloof hebben, want dit was er een direct gevolg van.”
Jeroen zegt tegen Susanne dat ze hem wakker moet maken als het weer gebeurt. “Dan zou hij gaan bidden. Het bleef een tijdje weg en toen gebeurde het weer na een gesprek over het geloof. Ik maakte hem doodsbang wakker en hij begon te bidden, voornamelijk voor zichzelf, dat hij terug wilde keren naar God als de verloren zoon. Ik dacht: doe mij ook maar, al had ik helemaal niet een innerlijk verlangen om Jezus beter te leren kennen. Het was puur de angst die mij dreef.” De twee bidden daarop het zondaarsgebed.
“Dat was zo bijzonder, zoiets moois. Eerst heb ik het kwaad ontmoet en toen God. Ik voelde dat het gebed iets in mij veranderde. Ik kon het niet verklaren, maar mijn hart stond ineens open voor het geloof. Ineens was de Bijbel niet meer het sprookjesboek dat ik altijd veracht had, maar zag ik de Bijbel als waar. Het is zo bizar dat je ineens anders denkt. De schellen vallen van je ogen. Ik wilde het echt van de daken schreeuwen: Jezus leeft, Hij bestaat en heeft mij gered.” Jeroen en Susanne zijn inmiddels getrouwd en hebben vier kinderen, van wie twee in de hemel zijn.
Bekijk het indrukwekkende getuigenis van Susanne.
Bron: The Gospel Guardians





