Nog voordat de rellen in Amsterdam plaatsvonden, kreeg de vriendengroep MOAS (Urkers voor ‘vrienden’) op Urk al appjes en telefoontjes van Joodse contacten, ook vanuit Israël: “Gebeurt dit echt in Amsterdam?” De vrienden sprongen die nacht meteen in de auto om Israëlische supporters te helpen. De Telegraaf schreef erover. “We willen Joodse mensen laten zien: onze deur staat voor jullie open en we houden van jullie.”
Jan Bakker maakt deel uit van de vriendengroep en vertelt: “Onze vriendengroep is al jaren verbonden met de Joodse gemeenschap in Nederland. De harde kern bestaat uit twaalf personen, maar op Urk alleen staan al meer dan honderd mensen klaar voor het Joodse volk. Toen de oorlog in Oekraïne begon, hebben we daar Joodse mensen weggehaald en in veiligheid gebracht. We reizen ook regelmatig naar Israël om de boeren te helpen of woningen schoon te maken. Op Urk is echte liefde voor Israël, dat zul je wel meegekregen hebben. Er hangen hier bijvoorbeeld Israëlische vlaggen.”
Die liefde voor het Joodse volk is er onder Urkers al lang. “We zijn allemaal met de Bijbel opgegroeid en als je met de Bijbel bent grootgebracht, heb je altijd een positieve houding naar Israël. Als je zelf volwassen wordt in het geloof, dan ga je ook zien, welke prominente en onvervulde beloften er zijn voor het volk. Ik denk dat we leven in een tijd waarin we profetieën zien uitkomen. De staat Israël is 1948 ontstaan en dat doet me denken aan de profetie van Ezechiël, waarin doodsbeenderen een lichaam vormen. Het land is gesticht overlevenden van de kampen in Europa, die bij elkaar kwamen als volk. God is begonnen met het herstellen van Zijn volk.”
Slaapplekken op Urk
Jan en zijn vrienden kregen de avond dat er jacht werd gemaakt op Joden, berichten dat mensen hotels werden uitgezet, omdat dat de politie hun veiligheid niet meer kon waarborgen. Ook was er geen vertrouwen meer in taxichauffeurs omdat een aantal van hen meedeed aan de jacht. De supporters wilden zo snel mogelijk naar Schiphol. “We zijn met mensen vanuit heel Nederland gaan rijden om mensen op te pikken op verschillende adressen. Ook hebben we slaapplekken geregeld op Urk, zodat mensen een veilig onderkomen hadden. Uiteindelijk heeft alleen een Israëlische televisieploeg hier gebruik van gemaakt. Zij zaten in een hotel in Amsterdam en zij mochten daar niet blijven, omdat de politie hen niet kon beschermen. De ploeg overnachtte hier en wilde de volgende dag ook een reportage maken in Amsterdam, dus we zijn met hen meegegaan als een soort beveiligheidsring.”
Slaapplekken zijn er altijd beschikbaar op Urk, vertelt Jan. “Als groep kunnen wij al vijfentwintig plekken bieden. Er is ook een vrouw die Israël-minded is en die haar huis openzet. Binnen een telefoontje was de opvang van de tv-ploeg geregeld. Op zondagmorgen maakte de ploeg verschillende opnamen op Urk en interviewde ze mensen bij de Bethelkerk. Toen er zondagmiddag weer een demonstratie was op de Dam, wilden ze er direct naartoe. Toen kwam weer het verzoek of we meewilden, want er is natuurlijk intimidatie en ze zijn bang dat de camera tegen de grond wordt geslagen.”
Onbehaaglijk gevoel
In Amsterdam zie je ook een andere kant van Nederland, vertelt Jan. “Als je in een gemeenschap als de onze relatief beschermd opgroeit en je loopt dan met vijf Urker jongens die als enige niet meeschreeuwen met de meute, dan geeft je dat een onbehaaglijk gevoel. Wat gebeurt hier allemaal? De islamitische jeugd krijgt met name de schuld, maar er zijn ook heel veel blanke mensen, studenten die met dezelfde blindheid en woede meeschreeuwen. Terwijl je je afvraagt of ze wel weten waar ze voor staan. Die ervaring was wel een eyeopener.”

Voor de Israëlische tv-ploeg was het verblijf op Urk eveneens een eyeopener. “Ze zagen nu dat er ook gemeenschappen zijn waar de deur voor hen openstaat, waar Israëlische vlaggen in de straat hangen. Ze voelden zich heel erg welkom. En als ze vragen waarom die liefde er is, kun je iets van het Evangelie delen, dat is toch heel bijzonder.”
Kamp Amersfoort
De beelden vanuit Amsterdam, waarin mensen op straat liggen en mishandeld worden, raken Jan en zijn maten. “We waren net de week ervoor met de vriendengroep naar Kamp Amersfoort geweest. We hadden het over de eerste pogroms, de Kristallnacht en ook over de gelijkenis met deze tijd. In 1938 was Hitler al aan de macht en namen de spanningen toe. In 1939 viel hij Polen binnen. Nederland dacht neutraal te kunnen blijven, maar verhoogde toch het defensiebudget. We zien die spanning ook nu en het defensiebudget wordt eveneens verhoogd. We zagen de vergelijking met de vorige eeuw en nog geen week later zien we beelden die doen herinneren aan de Kristallnacht. De vergelijking gaat natuurlijk niet helemaal op, het was toen veel extremer, maar we horen wel schreeuwen: wij gaan op jodenjacht. Als je broeder pijn lijdt en onderdrukt wordt, dan kun je niet toekijken. Je lijdt mee en doet iets. We kunnen dit niet negeren. Je voelt ook plaatsvervangende schaamte om wat daar gebeurt. Wij zijn een volk met een geschiedenis, zouden we daar niet van geleerd hebben?”
Jan verbaast zich ook over de rol van de overheid. “De demonstraties waren verboden, maar er waren meerdere Amsterdamse politici die mee demonstreerden. Is het ontzag voor de eigen overheid verdwenen? Als er vanuit overheidswege niet iets wordt gedaan, dan worden de spanningen wel groter.“
Fake filmpjes
Dat de Israëlische supporters geprovoceerd zouden hebben, vindt Jan geen argument. “Ik zal de supporters niet schoonpraten, maar een vlag van een muur af trekken, is geen reden voor jodenhaat. Ook werden er valse berichten verspreid, die zijn ook door het NRC geverifieerd. In een filmpje lijkt het alsof een Arabische taxichauffeur in elkaar wordt geslagen, maar dat is gewoon fake. Als je het hele filmpje ziet, dan zie je dat degene die in elkaar geslagen wordt, Hebreeuws spreekt en dat de mensen eromheen Arabischsprekend zijn. Er wordt gewoon een zondebok gezocht en het slachtoffer wordt zondebok. Dat gebeurde ook op 7 oktober. Heel de wereldpers was toen pro-Israël en iedereen sprak zijn afschuw uit over Hamas, maar we wisten toen al in de eerste week: dat beeld gaat draaien. Die verwachting hadden we nu ook.”
Er wordt ook gezegd dat de integratie mislukt zou zijn. “In de kleinere dorpen en steden niet, maar wel in de grote steden. Wij zetten geen bevolkingsgroepen weg en discrimineren ook niet. De integratie verloopt vooral moeilijk in wijken waar overwegend een bepaalde cultuur leeft. Op een plek als Plein 40-45 in Amsterdam kom je nauwelijks oorspronkelijke Nederlanders tegen. Er kan dan bijna geen integratie plaatsvinden. De problemen in de grote steden moeten wel opgelost worden, want het is wel een broeinest voor dit soort problemen. Het zijn niet altijd direct jodenhaters, maar rellende jeugd met een bepaalde boosheid. De Jood is voor hen een heel makkelijk slachtoffer.”
‘Zondagmensen volgen’
Wat gebeurt er als we niet opstaan tegen jodenhaat? “Christenen zijn de volgende doelgroep die wordt vervolgd, dat is honderd procent zeker. Dat zeggen de relschoppers ook: we komen eerst voor de zaterdagmensen (Joden) en dan voor de zondagmensen (christenen). De Israëlische reporters zeiden ook: ‘Wij gaan terug naar Israël, het probleem met jodenhaat speelt daar altijd al, maar wij weten ermee om te gaan. Wij kennen de cultuur veel beter. We laten jullie nu achter met een enorm probleem, maar heb geen illusie dat jullie hierin gespaard blijven’.”
“Daar zijn het ook eerst de joden, daarna de christelijke Arabieren en de derde tak is christenen wereldwijd. Een van de gearresteerde moslimjongeren in Amsterdam, die een politiebus in werd gezet, draaide zich nog even om en zei: we zullen niet rusten tot de laatste christen is uitgeroeid. We scheren niet de hele islamitische gemeenschap over een kam, er zijn ook vredelievende moslims, maar dit is het doel van de is harde kern. Vanuit de geschiedenis moeten we ook eerlijk zijn: het is niet de meerderheid die een oorlog begint, maar het zijn vaak de minderheden. Dat hoeven geen grote groepen te zijn, dat waren de nazi’s aanvankelijk ook niet. Dat zien we ook wereldwijd, hè? Er waren maar elf kapers, hoeveel mensen hebben zij gedood in de Twin Towers? Het is een ideologie en we zijn weleens bang dat politici daar te weinig oog voor hebben. Zij denken vaak dat een dialoog het wel kan lossen.”
Esthers keuze
Een aantal van de vriendengroep werd geïnterviewd over hun rijactie in Amsterdam. “We willen niet polariseren, maar juist de christelijke achterban oproepen. Als je in God gelooft en je hebt Zijn Zoon leren kennen, dan kan het niet anders dan dat je het volk Israël liefhebt. Esther kwam voor een keuze te staan: blijf ik comfortabel leven? Dat was makkelijk, ze had niks te vrezen als koningin van Perzië. Ze moest kiezen, Israël was in grote nood. Mordechai zegt tegen haar: jij kan opstaan en verlossing voor je volk teweeg te brengen. Dan moet je wel je leven in de waagschaal stellen. Hij zegt ook: ‘De verlossing zal komen, want God volk nooit verlaten.’ Wij kunnen als Nederlandse burgers Israël niet verlossen en ook het volk niet, dat zal Hij doen. Maar Hij zal wel vragen: wat heb jij gedaan? Christenen wereldwijd staan voor de keuze: wat doen wij met onze oudste broeder? Maken wij de keuze als Esther en zeggen we: ‘kom ik om, dan kom ik om’ of blijven we in onze comfortzone en verwachten we dat het wel voorbij gaat.”
Het is ook een oproep voor christenen in Nederland, zegt Jan. “Word wakker! Als kerken in de Tweede Wereldoorlog als een blok om de Joodse inwoners hadden gestaan, dan waren er geen honderdduizend omgekomen. Denk er niet te lauw over, er is gevaar. We kennen vanuit de Bijbel de profetieën, we weten volk alleen zal komen te staan. Dat mogen wij niet laten gebeuren. Als jouw eigen broer of zus in nood is, dan sta je toch ook op?”
Niet lijdzaam toezien
En als christenen denken: ja, de profetieën moeten toch uitkomen? “Dat is nihilisme. Luther zei: ‘Zelfs als ik wist dat morgen de wereld zou vergaan, dan zou ik vandaag een appelboom planten.’ God werkt vaak door het handelen van mensen heen, dus wij mogen niet lijdzaam toezien zoals de man die zijn talenten begroef. Ik denk niet dat dat onze positie is. God vraagt dat wij opstaan. En als Hij dat vraagt, moeten wij dat doen. Misschien kun je je eigen dorp redden, je gemeente, Joodse mensen. Er zal in elk geval altijd zegen op rusten.”
Zijn kerken te stil rond de gebeurtenissen? “Ik merk dat de vervangingstheologie heel lang heeft geheerst in de kerk. Ik merk zelf nog bij christenen op Urk dat ze zeggen: ‘hebben ze het niet aan zichzelf te danken, omdat ze Jezus niet hebben aangenomen?’ Ik heb heel veel moeite met dat soort opmerkingen. We gaan op Gods stoel zitten. En wie bepaalt of de Joden genoeg godskennis bezitten? Het verwachten van de Messias kan ook op een heel ander vlak liggen. De Bijbel spreekt over het Lam en de Leeuw. Het lijdende lam hebben Joden nog niet verstaan, maar hun verlangen naar de Messias is misschien wel groter dan het verlangen van heel veel christenen.”
Eén kudde, één Herder
We moeten naar verbinding zoeken. In een diepe dialoog merk je dat we veel dichter bij elkaar staan dan we soms denken. Dat leidde ertoe dat een rabbijn opmerkte: ‘Ik geloof dat God nog niet klaar is met de Bijbel en dat de laatste bijbelboeken met ons samen worden geschreven.’ Jezus zegt in Johannes 10: ‘Ik heb nog andere schapen, die niet van deze schaapskooi zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen. en het zal worden één kudde en één Herder.’ Wij zijn met elkaar verbonden en kunnen niet zonder elkaar.”
Kwamen er veel reacties op het artikel in de Telegraaf? “Ja, heel veel. Ik heb bewust de negatieve niet bekeken. Wat ik gezien heb is dat mensen het enorm waarderen dat je opstaat. En er zijn veel die contact zoeken en graag hulp aanbieden. We denken erover om een avond op Urk te organiseren en al die mensen uit te nodigen. We kunnen de Joodse mensen op veel verschillende manieren helpen en laten zien: bij ons is een open deur en we houden van jullie.”






