Waarom zou een christen bidden voor Israël en het Joodse volk, als God zijn beloften toch vervult, ongeacht menselijk ingrijpen? Het is een vraag die niet iedereen hardop stelt, maar die volgens Jacques Brunt wel degelijk leeft binnen de kerken, vertelt hij in een lezing bij Christenen voor Israël. In een recente overdenking gaat hij in op deze vraag en komt hij tot een dringende oproep: gebed voor Israël is een roeping.
Meer dan alleen bidden
Brunt opent zijn boodschap met twee bijbelgedeelten: 1 Timotheüs 2 en 1 Petrus 2. In het eerste gedeelte roept de apostel Paulus op tot gebed voor alle mensen, inclusief machthebbers. In het tweede noemt Petrus de gelovigen “een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap”.
Voor Brunt vormen deze twee teksten samen de kern van zijn boodschap, rond twee sleutelbegrippen: voorbede en priesterschap.
Hij maakt daarbij een belangrijk onderscheid dat volgens hem vaak over het hoofd wordt gezien: gewoon bidden en voorbede doen zijn niet hetzelfde. Waar Paulus in zijn brief aan Timotheüs spreekt over smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen, wijst hij op verschillende aspecten van het gebedsleven. Voorbede springt er volgens Brunt uit als iets bijzonders: het gaat niet om de eigen behoefte van wie bidt, maar om het opkomen voor de nood van een ander. Terugvertaald vanuit het Hebreeuws, Grieks en Latijn betekent het zoveel als: bemiddelen, pleiten voor een derde partij, ertussen komen.
Toegepast op het onderwerp van zijn boodschap betekent dit concreet: intreden bij God namens het Joodse volk en de Joodse gemeenschap.
Een dringende oproep, geen vrijblijvend advies
Brunt wijst erop dat Paulus zijn oproep tot gebed niet vrijblijvend formuleert. In het Grieks staat er letterlijk dat Paulus zijn lezers “vermaant” – een woord dat een zekere urgentie en aandrang in zich draagt. Het gaat Paulus niet om een losse aansporing, maar om iets dat een levensstijl zou moeten worden.
Om dit kracht bij te zetten, grijpt Brunt terug naar Jesaja 59:16, waar de profeet beschrijft hoe God zoekt naar een voorbidder – en niemand vindt. God is er ontzet over. Voor Brunt is dat een aangrijpend beeld: blijkbaar zoekt God vandaag de dag nog steeds naar mensen die deze rol op zich willen nemen, en de vraag is of Hij ze vindt.
Het ultieme voorbeeld van een voorbidder is voor Brunt Jezus Christus zelf, die in 1 Timotheüs 2:5 wordt genoemd als de enige middelaar tussen God en mensen. Wie voorbede doet, treedt in de voetsporen van dat voorbeeld.
Het priesterschap van de gelovigen
Het tweede deel van zijn boodschap wijdt Brunt aan wat hij het “algemeen priesterschap van alle gelovigen” noemt, een thema dat hij terugvindt in onder andere Openbaring 1 en 1 Petrus 2. Petrus noemt de gelovigen een “koninklijk priesterschap” en een volk dat God “zich tot zijn eigendom maakte.”
Volgens Brunt is deze taal niet toevallig, maar direct ontleend aan het Oude Testament. Hij verwijst naar Deuteronomium 7, waar God Israël apart zet van alle andere volken en het zijn persoonlijk eigendom noemt – in het Hebreeuws aangeduid met het woord segula, wat zoveel betekent als kostbaar, persoonlijk bezit.
De woorden die Petrus gebruikt voor de gemeente van gelovigen zijn dus dezelfde woorden die ooit voor Israël golden. Daarmee legt Brunt een lijn tussen de roeping van Israël en de roeping van de gemeente: beide worden geroepen tot een priesterlijke taak.
De centrale vraag
Brunt doet een oproep: “als de God van Abraham, Izak en Jakob vandaag in de kerken zoekt naar voorbidders voor Israël, vindt Hij ze dan? Zijn christenen bereid om, naar het voorbeeld van Christus, in te treden voor de nood van het Joodse volk?”
Bekijk hier de hele video:




