De Meerkerk in Hoofddorp stond jarenlang bekend als een laagdrempelige en aantrekkelijke kerk voor buitenstaanders. Snelle preken, krachtige aanbidding, multimedia en een professionele uitstraling trokken veel bezoekers. Intern klonk echter ook een andere bijnaam: ‘de consumeerkerk’.
“In het verleden hadden we, negatief geformuleerd, een attractioneel kerkmodel,” zegt Patrick van der Laan van Meerkerk. “Alles zo mooi mogelijk maken: kom hier naartoe, fantastische preek, geweldige aanbidding.”
Die benadering leidde tot groei, maar bracht ook een cultuur voort waarin bezoekers vooral kwamen om te ontvangen. “We merkten dat het consumenten opleverde. Mensen waren kritisch, klaagden sneller en deden vaak zelf weinig. Eigenlijk een gebrek aan diepte.”
Concertbeleving
Een uitspraak bracht een kantelpunt teweeg binnen het leiderschapsteam: ‘Waar je mensen mee hebt gewonnen, daar heb je ze ook voor gewonnen.’
Van der Laan: “Als je mensen wint met een fantastische lichtshow of een soort concertbeleving, dan ontdekken ze op een gegeven moment: dit lijkt op wat ik ook buiten de kerk kan krijgen. Dan heb je ze niet hoofdzakelijk gewonnen voor Christus, maar voor een show. Dat is dan ook het type kerkpubliek die je hebt.”
Volgens hem leidde dat besef tot een fundamentele heroriëntatie. “We realiseerden ons: we zijn geen Toppers die mensen winnen met een show. Als we mensen niet voor Christus winnen, dan heb je misschien een volle kerk, maar dat is geen zegen.”
Die verandering begon intern. “Het was echt een bekering, eerst bij ons als staf. We hebben veel tijd genomen om God te zoeken. Tegelijk zagen we: dit speelde al langer, maar we hadden het niet scherp.”
Geen verbinding
De bijnaam ‘consumeerkerk’ bleek niet uit de lucht gegrepen. “We zagen dat mensen soms de Meerkerk bezochten om zich ‘op te laden’, zonder zich echt te verbinden. Maar je bent geroepen om trouw te zijn aan de plek waar God je heeft geplaatst, om samen gemeente te zijn.”
Om de cultuur te doorbreken, werd externe hulp ingeschakeld. Een tijdelijke consulent confronteerde het team met een blinde vlek. “Hij zei: jullie modelleren de kerk die je over vijf jaar zult zijn. Als jullie het niet voorleven, gaan preken niets veranderen.”
Dat inzicht zette alles in beweging. “We moesten beginnen bij onszelf. Hoe gaan we met elkaar om? Als wij problemen aan de kant schuiven en elkaar in hetzelfde gebouw mailen op een toon ‘joh, zeur niet’, zonder het gesprek aan te gaan, hoe kunnen we dan verwachten dat gemeenteleden echte relaties aangaan?”
Discipelschap
Het consumentengedrag veranderde specifiek door een sterkere focus op discipelschap. Maar hoe maak je echte discipelen van Jezus in een kerk die hier minder aandacht voor had? De verandering werd bewust klein en concreet gemaakt. Ook rondom evangelisatie, wat voor veel mensen een zwaar thema is.
“Nu zeggen we: iedereen kent wel één persoon. Bid voor die ene. Leg die persoon bij God neer. Neem geen stapel uitnodigingen mee, maar één kaartje voor Alpha. Maak het klein, maak het concreet.”
Die aanpak veranderde niet alleen het denken, maar ook de praktijk. “Doordat het klein werd, werd het toegankelijk. En als iedereen dat doet, gebeuren er uiteindelijk grote dingen.”
De cultuurverschuiving is merkbaar in de gemeenschap. “Je krijgt een andere kerk. Geen mensen die consumeren, maar mensen die verlangen naar geloof en discipelschap.”
De groei is er nog steeds, maar met een andere basis. “Het bijeffect is dat je alsnog groeit,” zegt Van der Laan. “Maar nu met mensen die niet komen voor wat ze kunnen krijgen, maar voor Wie ze volgen.”
Klik hier om te lezen wat de uiteindelijk uitkomst was van deze cultuurverandering.

