Tijdens een doopdienst op de hoofdlocatie van Levende Steen in Spijkenisse heeft voorganger Bappie Wolters uit Roermond zijn zoon Frits gedoopt. De doop vond plaats in een dienst waar maandelijks tientallen mensen worden gedoopt, met aantallen die variëren van veertig tot negentig per keer.
Volgens Wolters is er “echt iets gaande” binnen de gemeente, verspreid over alle locaties. “Eigenlijk hebben we elke maand heel veel dopelingen, minimaal rond de veertig.”
De keuze voor Spijkenisse kwam niet vanzelf. Hoewel dopen normaal gesproken plaatsvinden in de eigen gemeente in Roermond, wilde Frits bewust in de zogeheten Dome gedoopt worden. “Hij wilde per se daarheen. Familie uit Zwolle wilde ook komen en dat was dichterbij. Hij wilde in Spijkenisse.”
Frits, inmiddels 12 jaar, gaf al op jonge leeftijd blijk van een actief geloofsleven. Volgens zijn vader sprak hij al tongentaal, bad hij voor genezing en vertelde hij op het voetbal over Jezus aan andere kinderen, waaronder van een ander geloof. Dat leidde soms zelfs tot confrontaties. “Hij kreeg problemen, maar hij ging gewoon door. De juf wilde eigenlijk niet dat hij erover sprak, omdat kinderen tot geloof kwamen en dat problemen gaf met ouders.”
Toch bleef Frits volgens zijn vader vasthoudend. “Als er iets was, kwamen ze naar hem toe. Bij voetbal ook. Dan gingen ze langs Frits.”
De doop zelf was voor zowel vader als zoon bijzonder. “Dat je je eigen zoon mag dopen en woorden mag uitspreken die God heeft gegeven, dat is iets heel moois,” zegt Wolters. Frits wilde specifiek door zijn vader gedoopt worden. Zijn ervaring omschrijft hij als intens: “Euforisch tot en met.”
De doopdiensten in Spijkenisse vinden maandelijks plaats en trekken grote aantallen mensen. Jaarlijks gaat het volgens Wolters richting de vijfhonderd dopelingen. Tijdens de diensten wordt niet alleen gedoopt, maar komen ook mensen tot geloof. “Onder de dienst komen mensen tot bekering en laten zich daarna direct dopen.”





