In een preek op vakantiepark De Betteld stelt spreker Robbie van Veen een de toehoorders in de zaal een vraag: wat als het even niet lukt om te geloven? Wat als je niet voelt, niet begrijpt, en niet meer zeker weet wie God is? In plaats van dat te veroordelen, noemt hij dit het hart van echt geloof: durven toegeven dat je het soms niet weet. Tegelijkertijd geeft hij toe: “Ik kan me voorstellen dat mensen moeite hebben met deze boodschap, die weerstand voel ik ook wel.” Revive is op bezoek om verslag te doen.
Volgens Van Veen begint de worsteling van de mens niet bij de zondeval, maar bij iets wat dieper ligt: onze menselijkheid. “De slang in de hof van Eden speelt niet zomaar in op zonde, maar op onze diepste menselijke vragen,” zegt hij. “Ons vertrouwen in God, ons verlangen om zelf God te willen zijn, en onze identiteit – daar zit de strijd.”
De eerste leugen van de slang is een aanval op wie God is en vervolgens op wie wij zijn. Die leugen werkt door tot vandaag. We worstelen vaak op gedragsniveau – met patronen, gewoontes, zonde – maar de echte strijd ligt op identiteitsniveau, stelt Van Veen. “De vraag is niet alleen: wat doe ik? Maar: wie ben ik? En: vertrouw ik God nog als ik niets zie, niets voel, en niets begrijp?”
Twijfel als geloofsdaad
Het beeld dat Van Veen schetst, komt hij veel voor onder christenen: een leven gebouwd op vertrouwen in God, dat wordt opgeschud door gebrokenheid, tegenslag of verlies. “Wat doe je als de realiteit niet klopt met je theologie?” vraagt hij. “Moet je dan je ziel tot zwijgen brengen? Of mag je zeggen: ‘Heer, ik weet het even niet. Ik voel het niet. Ik snap het niet’?”
Juist dat moment van eerlijkheid noemt hij “de krachtigste boodschap die je misschien ooit zult horen.” Niet omdat je geloof perfect is, maar omdat je in je zwakte naar God toe blijft gaan. “We hebben niet geleerd woorden te geven aan onze ziel,” zegt hij. “Maar als we dat niet doen, worden de woorden die we binnenhouden destructief. Ze worden een gevangenis.”
Psalmen vol wanhoop
Als voorbeeld haalt hij Psalm 39 en Psalm 88 aan – twee psalmen die eindigen zonder hoopvol slot. “Psalm 88 eindigt met: ‘duisternis is mijn enige metgezel.’ Waarom staat dat in de Bijbel? Blijkbaar omdat het er mag zijn. God is niet bang voor jouw worsteling. Sterker nog, Hij is daar.”
De sleutel, zegt Van Veen, is dat de psalmdichters hun wanhoop uitroepen in relatie met God. “Dat is het geheim: dat je honderd procent echt mag zijn tegenover God, zonder de angst dat iets je kan scheiden van zijn liefde.”
Zelf vertelt hij over een diep persoonlijk verlies: een miskraam in 2019, juist in een periode waarin hij veel wonderen zag gebeuren. “Op die plek van diepe duisternis kwam de diepste openbaring. Niet alleen van genezing, maar van opstanding. Soms komt de openbaring pas als alles gestorven lijkt.”
Geloof tussen ‘nu’ en ‘nog niet’
Theologisch is het verleidelijk om te stoppen met geloven in wonderen als ze uitblijven. Maar Van Veen wijst op het spanningsveld tussen het ‘nu’ en het ‘nog niet’. “We zien Gods heerlijkheid, maar ook zijn vrede en genade in wat Hij nog niet gedaan heeft.”
Hij verwijst naar Abraham en Sara, die 25 jaar lang wachtten op de vervulling van Gods belofte. “Ze worstelden met de schande, de hoop en de teleurstelling. Maar uiteindelijk lachten ze van vreugde. ‘Zou er iets te wonderlijk zijn voor de Heer?’”
Teleurstelling
Het dieptepunt van de preek komt bij het kruis. “God werd niet boos op Jezus toen Hij zei: ‘Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Psalm 22 begint met die wanhoop, maar eindigt met: ‘U hebt mij nooit verlaten.’” Jezus kende de diepe duisternis, zodat niemand van ons ooit echt verlaten zou zijn.
Daarom mogen christenen hun teleurstelling uitschreeuwen. “Mag je zeggen: ik ben mentaal gesloopt, fysiek uitgeput, en geestelijk geloof ik het eigenlijk niet meer? Ja. Tegenover God kun je echt zijn. En weet je wie daar dan ook zit, in die put? Jezus. Die liefde – dáár – ontvangen, dat verandert alles.”
Kijk de hele boodschap online terug!




