Terwijl de laatste carnavalsdag in Brabant zijn hoogtepunt bereikt, staan tussen de feestvierders ook mannen en vrouwen met een ander doel. Geen polonaise en pils, maar Bijbels en open gesprekken. Huib Rommers van Testimony of Jesus trok met een groep evangelisten de straat op. Eén van hen is Giani, die zijn eigen radicale ommekeer deelt met voorbijgangers. Aan het eind van de middag.bidt een jonge man hardop tot Jezus.
“Vroeger was carnaval voor mij juist hét moment om te zondigen,” zegt Giani. “Ik dacht: God kijkt vijf dagen lang toch niet. Dan kon ik doen wat ik wilde.” Hij spreekt open over zijn verleden. “Ik leefde voor dit. Ik deed alles wat God verboden heeft.”
Totdat hij, naar eigen zeggen, in nood uitriep tot God. “God openbaarde Zichzelf aan mij. Toen ben ik radicaal voor Hem gegaan.”
Nu staat hij niet meer als feestvierder in de menigte, maar als evangelist. “Dat ik hier nu sta tijdens carnaval, dat is bijzonder. Ik ben terug, maar op de goede plek.”
“Dit vleesfeest slaat eigenlijk nergens op”
De gesprekken op straat zijn direct. Jongeren die vijf dagen achter elkaar hebben gefeest, reageren uiteenlopend. “Lekker feesten. Eén keer per jaar toch?” zegt een groep jongens. “Elke dag geweest. Vandaag laatste dag, nog even genieten.”
Huib opent zijn Bijbel en leest uit Galaten 5 over “werken van het vlees” – dronkenschap, losbandigheid, zwelgpartijen. Hij vraagt hoe zij dat zien. De reacties zijn gemengd. “Er hangt hier een fijne sfeer,” zegt een vrouw. Maar een ander erkent: “Er is wel veel ruzie.” Hij werpt tegen: “Ik heb gisteren zes gevechten gezien op één avond.”
Giani merkt dat onder de vrolijkheid vaak leegte schuilgaat. “Veel mensen zoeken hier naar meer, maar dat kunnen ze niet vinden. Dat kunnen ze alleen vinden in Jezus Christus.”
Sommigen beginnen te twijfelen. “Eigenlijk slaat dit vleesfeest nergens op,” zegt een jongeman later in het gesprek. “Het is oppervlakkig.”
Een ander geeft eerlijk toe: “Ik zei dat ik niet meer zou drinken, maar nu drink ik weer.”
Terugkerende getuigenissen
Voor de evangelisten is het niet hun eerste jaar op straat. “Vorig jaar spraken we in Breda iemand met een gebroken hand,” vertelt Cornelis. “We hebben voor hem gebeden. Hij was gelijk genezen, maar hij kon het toen niet vertellen, want hij liep alweer het feest in. Dit jaar kwam hij terug om het alsnog te vertellen.”
Bekijk hier de beelden:





