De gevreesde stemming over conversietherapie vond vandaag plaats. De Eerste Kamer stemde in met de Wet strafbaarstelling conversiehandelingen — een initiatiefwet van D66, VVD, GroenLinks-PvdA, SP en Partij voor de Dieren. Wie voortaan iemands seksuele gerichtheid of genderidentiteit “stelselmatig of op indringende wijze” probeert te veranderen of onderdrukken, riskeert een boete van 22.500 euro of zelfs twee jaar gevangenisstraf. Alleen PVV, DENK, FVD, SGP en ChristenUnie stemden tegen. Ofvallend is overigens wel dat één senator van de ChristenUnie vóór het verbod stemde.
Critici — met name vanuit christelijke kring — luiden de noodklok. Want wie bepaalt wat “indringend” is? En waar eindigt de bescherming van kwetsbare mensen, en begint de criminalisering van gebed?
‘Een wet die we niet moeten hebben’
SGP-senator Peter Schalk is glashelder. “Dit is een wet die we niet moeten hebben”, zegt hij als reactie. Zijn kritiek is tweeledig: de wet berust op een verkeerd beeld van de werkelijkheid én schiet door in haar reikwijdte.
“De indieners van de wet, maar ook anderen in de Kamer hebben voorbeelden gebruikt van 50 jaar geleden. Waar handelingen gebeurden die echt verwerpelijk zijn, zoals geweld of elektroshocks. Dat is absoluut niet aan de orde wat onze fractie betreft.”
Schalk erkent dat er misstanden zijn die aangepakt moeten worden. Elektroshocks, duivelsuitdrijving onder dwang — niemand in de Kamer verdedigt dat. Maar de wet, zo stelt hij, gooit het kind met het badwater weg. “Als een hulpverlener jongeren helpt die vragen hebben over hun seksuele identiteit of genderidentiteit, kun je niet zomaar in zijn algemeenheid zeggen: je mag helemaal niks.”
En dan is er nog de schreeuwende inconsistentie die Schalk aankaart. “Straks mogen meerderjarigen nog wel conversiehandelingen, maar het grote probleem is dat jongeren nu in de kou komen te staan. Want minderjarigen mogen als kind al een sociale transitie ingaan. Als 12-jarige mogen ze puberteitsremmers hebben en als 16-jarigen mogen ze hormoonpreparaten gebruiken. Hun lichaam wordt onherstelbaar beschadigd.”
‘Een antibekeringswet’
Laurens van der Tang, voorzitter van Bijbels Beraad M/V en betrokken bij KerkAlert, gaat nog een stap verder in zijn analyse. Voor hem raakt de wet niet alleen aan seksualiteit — hij raakt aan de kern van het christelijk geloof zelf.
“Ik denk dat het een gevaarlijke wet is. Conversie betekent bekering. Het is dus een antibekeringswet, terwijl bekering Bijbels gezien in alle opzichten nodig is.”
Gebed als misdrijf?
De wet maakt een onderscheid tussen het uitvoeren van conversiehandelingen bij minderjarigen (altijd verboden), bij meerderjarigen (verboden bij dwang), en het openlijk aanbieden ervan. Dat klinkt genuanceerd. Maar de duivel zit in de details — en in de woorden “stelselmatig” en “indringend”.
SGP-senator Schalk noemde die termen expliciet “erg subjectief”. En niet alleen hij. Eerder formuleerde het CDA in de Tweede Kamer al dat de wet “onzorgvuldig, conceptueel onduidelijk, juridisch problematisch en moeilijk handhaafbaar” is.
Principiële verschuiving
Ook evangelist Tom de Wal ziet de wet als een principiële verschuiving in de verhouding tussen overheid en godsdienstvrijheid. Volgens hem gaat het debat uiteindelijk niet primair over homoseksualiteit of de vraag of verandering mogelijk is, maar over vrijheid.
“Het gaat erom dat de overheid zich hier gewoon niet mee heeft te bemoeien,” zegt De Wal. “Mensen die vrijwillig gebed of pastoraat willen, zijn daar straks niet meer vrij in. Uiteindelijk moeten vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting een veel hoger goed zijn.”
De Wal vreest bovendien dat de reikwijdte van dergelijke wetgeving in de toekomst kan verbreden. Volgens hem bestaat het risico dat ook andere vormen van gebed of pastoraat rondom genezing, bevrijding of emotioneel herstel onder toenemende juridische druk komen te staan.
Juridische analyse
De NPV wees in een brief aan de Kamer op een Britse juridische analyse: elk verbod dat verder gaat dan het huidige strafrecht — waar dwang en geweld al strafbaar zijn — staat op gespannen voet met grondrechten als godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting. En de toevoeging van “stelselmatig of indringend” biedt geen echte bescherming. “Ook een enkel gesprek kan als ‘indringend’ worden gezien of ervaren. De wet blijft uiterst subjectief.”
De angst is zéker ergens op gebaseerd. De beschuldiging van Homogenezing wordt nu al volop ingezet tegen genezingdiensten van kerken. Zo was de arrestatie van evangelist tom de Wal in januari in Tilburg rechtstreeks gevolg van de beschuldiging door activisten dat hij aan homogenezing zou doen. Dat ontkent hij in alle toonaarden en er is ook nooit bewijs voor geleverd. Veel andere geplande evangelisatieacties, bijvoorbeeld van Soulwinners en van evangelist Jelthe Kloens, kwamen onder druk te staan. Nu er een juridische basis onder komt, zal het alleen maar erger worden. De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde later dat de gemeente feitelijk bestuursdwang had toegepast zonder dit correct vast te leggen — waarmee de rechtsbescherming van betrokkenen werd geschonden. De gemeente probeerde de zaak juridisch buiten beeld te houden door geen schriftelijk besluit op te stellen. De rechtbank verwierp dat.
Het laat zien hoe snel overheidsingrijpen in religieuze samenkomsten kan plaatsvinden — en hoe moeizaam de weg naar rechtsherstel is.
De Wal zegt daarnaast moeite te hebben met de beeldvorming rondom zijn bediening. Hij benadrukt dat zijn organisatie zich niet bezighoudt met wat vaak als ‘homogenezing’ wordt omschreven. “Ironisch genoeg zijn wij hier het mikpunt van geworden, terwijl wij daar nooit aan hebben gedaan,” stelt hij. Ook uit hij kritiek op berichtgeving waarin volgens hem onjuiste claims over bijeenkomsten van Frontrunners worden gedaan. Volgens De Wal wordt er soms “heel stellig iets beweerd wat feitelijk niet is gebeurd”.
‘De wet verandert minder dan mensen denken’
Niet iedereen in christelijke kring is even alarmerend. Advocaat Lineke Blijdorp nuanceert. Discriminatie op grond van geaardheid en genderidentiteit is al jarenlang verboden, stelt zij. “Deze wet houdt niet in dat we helemaal niet meer mogen bidden voor mensen. De wet maakt vooral duidelijk dat dwang niet meer mag.”
Haar oproep aan christenen klinkt praktisch: “We moeten ons focussen op de grote opdracht en niet blijven hangen in eindeloze discussies. De Heilige Geest overtuigt mensen van hun levenswandel, wij hoeven er niet met een meetlint naast te staan.”
Het is een geloofwaardige positie. Maar het neemt de juridische onduidelijkheid niet weg. Want het is niet Blijdorp die straks bepaalt of een pastoraatsgesprek “indringend” was — dat is de rechter.
De grens die verschuift
De kern van de kritiek is niet dat dwingende, gewelddadige of traumatiserende praktijken beschermd moeten worden. Die zijn al strafbaar. De vraag is wat er ná deze wet mogelijk nog strafbaar wordt verklaard — en door wie.
Een ouderling die met een jongere bidt om heelheid. Een pastor die het bijbelse huwelijksideaal bespreekt. Een hulpverlener die ruimte geeft aan twijfel. Worden zij straks aangeklaagd? De wet zegt van niet. Maar de wet zegt ook “stelselmatig of indringend” — en die woorden zijn rekbaar.
Peter Schalk vertelt: “De wet rammelt. Het is een zeer vage wet, die verstrekkende gevolgen kan hebben voor het pastoraat.” Nederland heeft een lange traditie van godsdienstvrijheid. Vandaag is die traditie een stuk smaller geworden.

