Ze zijn niet meer weg te denken van de WK-velden: voetballers die na een treffer knielen, bidden met de tegenstander, of samen met ploeggenoten de Bijbel lezen. Maar achter deze zichtbare beweging is een beweging Ballers in God actief, die een belangrijke rol spelen in het toerusten van deze getuigende spelers— en twee voormalige Ajax-spelers hebben dit mede opgericht. “Wat we zien is een gebedsverhoring”, zeggen ze.
Twee gelovigen in dezelfde kleedkamer
Eyong Enoh en Jeffrey Sarpong leerden elkaar kennen bij Ajax. Enoh, opgegroeid in Kameroen, was gewend om openlijk over zijn geloof te spreken. “Waar ik vandaan kom heb je voodoo of God — dat was een duidelijke keuze. Als je Gods liefde hebt ervaren, wil je dat niet voor jezelf houden.” Sarpong, afkomstig uit Zuid-Afrika, herkende dat meteen. De connectie ontstond terloops, in de auto. Sarpong hoorde gospel uit de speakers van Enoh. “Ik zei: luister jij naar gospel? Hij zei: ja, ik ben christen. Jij ook? En zo begon het.”
Op het veld was Enoh een andere man — berucht om zijn harde tackles. “Op het veld geef ik 100%, dat hoort bij mijn positie. Hij is mijn broer, maar op het veld houd ik hem scherp,” lacht hij. Sarpong vult aan: “Na zijn eerste training dacht ik: heeft iemand hem met een steen geraakt? Maar na de training was hij rustig als een lammetje.”
Van auto-gesprekken naar internationale beweging
Samen met hun vriend John Bostock richtten ze in 2015 Ballers in God op — een gemeenschap voor gelovige voetballers. “Er zijn zoveel spelers die de Heer kennen maar alleen staan. Geen broeder in het team, geen kerk in de buurt, ver van familie. Wat als ze nergens heen kunnen?” Wat begon als maandelijkse gesprekken via Skype groeide uit tot wekelijkse Zoom-sessies in het Nederlands, Engels en Frans, met een jaarlijkse retraite in het Verenigd Koninkrijk waar alle groepen samenkomen.
“Ballers in God is geen plek voor perfecte mensen,” benadrukt Sarpong. “We hebben spelers in alle fases van hun geloof. Sommigen komen terug na een periode van afdwalen. Je komt gewoon zoals je bent.”
Kaka als vonk
De twee wijzen op Kaká als kantelpunt. “Toen hij begon te getuigen, dachten veel jonge christelijke voetballers: het kán dus. Je kunt je geloof leven én de beste zijn.” Maar de beweging die nu viraal gaat op het WK is volgens hen niet het werk van één persoon of organisatie. “Er is een golf die ergens begon en nu groeit. Arsenal, Crystal Palace, het Nederlands elftal, Curaçao — God zelf beweegt hier doorheen. Wij zijn alleen bevoorrecht dat we er deel van mogen zijn.”
Gebed is geen wisselgeld
Over gebed zijn ze uitgesproken eerlijk. Enoh: “Jeff speelt in het andere team, ik in dit team — en we bidden allebei om de overwinning. Wie gaat God antwoorden?” Hij lacht, maar de vraag is serieus. “Gebed is geen manier om iets van God te krijgen. Gebed is intimiteit. Het is een houding van overgave: Heer, gebruik mij vandaag voor Uw wil.” Hij vertelt over een periode bij Ajax waarin hij bad om doelpunten en assists — zodat de schijnwerpers op hem zouden vallen en hij het evangelie kon delen. “God zei: als jij straks voor Mij staat, vraag Ik niet hoeveel goals je hebt gescoord. Ik vraag wat je voor Mijn koninkrijk hebt gedaan.”
Leven als getuigenis
Beiden benadrukken dat de krachtigste evangelisatie niet via woorden gaat. “Mensen moeten Christus zien vóórdat ze Hem van jou horen,” zegt Enoh. Hij vertelt over een speler in België die maandenlang zijn interviews bekeek — en wachtte om te zien of Enoh in het dagelijks leven hetzelfde leefde als wat hij zei. “Na een paar maanden kwam hij naar me toe: ik heb je gevolgd. Nu ben ik klaar om te praten.” Sarpong: “Ze vroegen me nooit mee naar de nachtclub. Ze wisten al wie ik was. Dat ís respect.”
Hun boodschap aan de kijkers van nu — naar de biddende spelers op het WK-veld: dit begon niet gisteren. Het begon in kleedkamers, in auto’s, in wekelijkse Zoom-calls. En het is nog maar het begin.

