Toen Jan Pool zes maanden geleden hoorde dat hij kanker had met uitzaaiingen in zijn wervelkolom, kwam hij in een emotionele achtbaan terecht. Toch koos hij ervoor om niet in angst te leven, maar in vertrouwen. In dit openhartige getuigenis deelt hij hoe het opzoeken van de stilte en het beoefenen van dankbaarheid hem helpen om God te vertrouwen 一 midden in de storm.
Via zijn LinkedIn-pagina deelde Jan Pool in januari voor het eerst het nieuws: ‘’Helaas werd er bij mij kanker geconstateerd, met uitzaaiingen op twee plekken in mijn wervelkolom.’’ Recentelijk werd vastgesteld dat hij te maken heeft met de ziekte van Kahler – een ziekte die volgens artsen ongeneeslijk is.
Desondanks was zijn boodschap in januari al vol hoop en geloof: ‘’De uitslag was natuurlijk wel even slikken. Samen gehuild, elkaar in de ogen gekeken en besloten om er samen voor te gaan! Wat houdt dat in? Vertrouwen op God en de weg bewandelen die mij wordt aangeboden, met een hart dat open blijft staan voor een wonder van God. Hij verandert niet voor mij. God is goed!’’
Geloven temidden van allerlei emoties
Ook vandaag, na inmiddels zes maanden ziekte en een emotionele achtbaan, is Jan hoopvol. ‘’Om eerlijk te zijn is het een reis. Toen ik het slechte nieuws hoorde, was ik een paar dagen van slag omdat niet duidelijk was wat de oorzaak van de uitzaaiingen in mijn wervelkolom waren.’’
Hij vervolgt: ‘’God heeft ons emoties gegeven, en die mogen er zijn. Na een dag of drie kwam er opeens een enorme vrede in mijn hart. Ongevraagd kwam Jezus bij me binnen, zoals Hij bij de discipelen binnenkwam toen ze gevlucht waren. Hun situatie veranderde niet, maar er kwam wel een enorm stuk vrede in hun leven. Zo ook bij mij. Alle angst verdween – en die vrede is sindsdien gebleven.’’
Drie mogelijkheden
Toch beschrijft Jan ook eerlijk zijn periodes van verdriet en twijfel. Vragen borrelden op: Heb ik nog wel geloof dat God me gaat genezen? Samen met zijn vrouw Marijke besprak hij drie mogelijke uitkomsten:
Hij deelt wat hij met Marijke besprak: ‘’De eerste optie is dat ik doodga – dat wil ik nog niet. De tweede optie is dat ik een lange medische weg moet gaan, met chemokuren en dergelijke. De derde optie is dat God een bovennatuurlijk wonder doet en me geneest. Ik wil graag gaan voor die derde optie.’’
Strijden, loslaten, of allebei?
Jan koos ervoor om de medische behandeling aan te gaan, maar wilde tegelijk leven in verwachting van een wonder. Openhartig deelt hij hoe lastig dit ook was: ‘’Dan kom je in een situatie waarin je zo graag wil genezen en eigenlijk continu bezig bent met het proces van genezing. Ik kwam in een kramp terecht.’’
In zijn strijd met ziekte besloot hij niet langer obsessief te vechten, maar geestelijke rust te zoeken door zijn vertrouwen op God te stellen. Het bijbelverhaal van Josafat (2 Kronieken 20) gaf hem houvast: niet hij hoefde te strijden, maar God zou voor hem strijden. ‘’Ik ga God vertrouwen. Mijn vrienden zeiden: wij strijden voor je, jij mag gewoon lekker bij God zijn.’’
Rust in de woestijn
In deze ingewikkelde tijd kwam Jan ook uit bij Jakobus 1. De J. B. Phillips vertaling komt de welbekende tekst over verdrukking hierop neer: ‘’Wanneer allerlei beproevingen en verleidingen uw leven binnenkomen, mijn broeders, beschouw ze dan niet als indringers, maar verwelkom ze als vrienden!’’
Jan vertelt: ‘’Het is belangrijk dat je je realiseert: die kanker komt niet van God, maar uit het rijk der duisternis. God wil niet dat de mens ziek wordt, Hij wil de mensen genezen – dat hou ik ook vast. Maar als je dan ziek bent, kan God daar uiteindelijk wel iets moois mee doen.’’
Hij verwijst naar Romeinen 8:28: ‘’Die tekst wordt vaak als een cliché gebruikt, bijna als een soort dooddoener. Maar het is de waarheid, het staat wel in Gods woord. Ik heb het ook ervaren in mijn leven. Zolang ik niet genezen ben, geloof ik dat God dit doet meewerken ten goede. Ik wil me er dus over verheugen. Niet dat ik kanker heb, maar ik wil me erover verheugen dat God nog steeds controle heeft over mijn leven, over mijn situatie.’’
Dankbaarheid als levenshouding
Recentelijk schreef hij: ‘’We weten allemaal dat het leven zowel prachtige als pijnlijke momenten kent. En die pijnlijke momenten of zelfs seizoenen kunnen je negatief en ondankbaar maken. Dankbaarheid is geen luxe voor als het leven mee zit. Het is een geestelijke keuze. Een manier van leven.’’
In ons gesprek deelt Jan hoe hij dankbaarheid dagelijks beoefent: ‘’Ik heb besloten: ik wil elke dag vanuit een stuk dankbaarheid leven. Elke ochtend vier ik avondmaal en dank ik God voor het leven wat ik heb. En elke dag lees ik dan de eerste verzen van Psalm 103, waarin staat dat God al je zonden vergeeft en elke ziekte geneest en je redt van het graf. Dat proclameer ik.’’
Vijftig dagen de woestijn in
Die diepe lessen over dankbaarheid kwamen toen Jan besloot vijftig dagen de woestijn in te gaan. Geen afspraken met leiders waar hij een mentor voor is, geen sociale media, geen Netflix. ‘’Mensen denken altijd dat de woestijn eenzaam is. Dat je dan in het door en droog land bent. Maar in de woestijn zijn oases.’’
Hoewel het niet makkelijk was, deed Jan bewust afstand van het plaatsen van berichten, ook al raakten ze veel mensen. ‘’Ik besloot om dat niet te doen. Ik kreeg bijna het gevoel van: nu is mijn ziekte eigenlijk zinloos. Maar die fase is zo’n enorme vormingsperiode voor mij geweest.’’
‘’Gewoon zijn in Zijn aanwezigheid’’
Kwetsbaar beschrijft hij hoe hij door God gevormd werd. ‘’Ik heb geleerd: als ik nou niks meer kan, voel ik me dan even goed van waarde voor God? Is dat niet voldoende voor me? Dat ik gewoon weet, Papa is daar, hij houdt van me. Ik hoef niks te doen. Ik hoef niet betekenisvol te leven. Ik mag gewoon zijn in Zijn aanwezigheid. En genieten van Hem. En Hij geniet van mij. Laat dat in deze fase voldoende zijn.’’
Wat écht telt
‘’Als je ziek bent, ga je ook relativeren. Dan ga je inzien wat er nou echt belangrijk is. Voor mij is dat mijn relatie met God. Dat zijn Marijke, mijn kinderen, mijn kleinkinderen en een paar hele intieme vrienden om mij. Ik dacht: als ik nog de energie heb om daarin te investeren, dan is dat voor mij voldoende.’’
Geconfronteerd met de stilte
In Jans bewuste keuze voor stilte ligt ook een sleutel voor ons als christenen. Het woord voor woestijn in Mattheüs 4 is erēmos. Dat wordt meerdere keren gebruikt om aan te duiden dat Jezus een ‘eenzame plek’ opzocht.
Daartoe zijn wij volgens Jan ook geroepen. ‘’We leven nu in een wereld waarin we bijna niet meer kunnen ontkomen aan prikkels. De meeste mensen hebben sociale media gewoon nodig. We weten niet meer wat stilte is. Dus ik geloof dat het heel gezond is om er regelmatig voor te kiezen om de stilte te zoeken.’’
Hij haalt Blaise Pascal aan: Het grote ongeluk van de mens begint daarmee dat hij niet in staat is alleen met zichzelf in een kamer te zijn. ‘’Die woorden snijden diep,’’ schrijft hij. ‘’Want in de stilte worden we geconfronteerd met onszelf. Zonder filter. Zonder afleiding. Geen mensen om mee te praten. Geen telefoontjes om te plegen. Geen WhatsAppjes om te lezen. Geen Netflix om te bingen. Geen Instagram om doorheen te scrollen. Geen publiek. Geen rol. Geen betekenis. Ik blijf alleen over.’’
‘’In de stilte verandert Hij je hart’’
Jan beschrijft hoe die confrontatie voelt: ‘’Dat is pijnlijk. Want in dat niets komen de dieptevragen naar boven. Wie ben ik zonder mijn werk? Wie ben ik zonder mijn rol? Zonder mijn functie. Zonder een zichtbare vrucht. Ik ben er alleen. Naakt. Kwetsbaar. Zondig. Gebroken. Niets.’’
“Die eerste fase is confronterend. Je moet kiezen om niet terug te vluchten in de drukte – die neiging hebben we allemaal – maar om echt alleen met God te zijn. In die stilte begint God te spreken en verandert Hij je hart.”
Hoe pas je dat toe?
Jans wijze advies is praktisch en haalbaar: begin klein, bijvoorbeeld met een dag per maand. Schakel je sociale media en andere afleidingen uit en richt je op God door bijvoorbeeld te gaan wandelen, Bijbel te lezen en Hem te aanbidden. Zo bouw je langzaam een ritme op dat helpt om rust en diepgang te vinden in een drukke wereld.
Juist in de woestijn van ziekte, stilte en onzekerheid ontdekte Jan Pool dat echte rust niet komt door antwoorden, maar door overgave – en de stille zekerheid dat God erbij is, midden in de storm.




