Cor van den Belt heeft zijn hele werkende leven tot nu toe met jongeren gewerkt. Momenteel al vijf jaar als coördinator jongerenwerk binnen de Vrije Evangelisatie Zwolle (VEZ), en daarvoor veertien jaar binnen de jeugddetentie en woon- en behandelgroepen, waar hij te maken had met overlastgevende jongeren. Het had niet veel gescheeld of hij was ooit zelf zo’n jongere geworden. Het bracht hem zelfs een nacht in de cel. Terugkijkend heeft God Cor door alles heen klaargemaakt voor het werk dat hij nu mag doen.
Dat Cor terechtkwam in een turbulente tienertijd was niet het gevolg van zijn thuissituatie. Sterker nog: Hoe zijn ouders Gods Vaderhart door alles heen bleven weerspiegelen heeft hem ongetwijfeld gebracht waar hij nu staat. Zijn ouders hadden zelf een bewogen jeugd gehad en kozen ervoor om een nieuwe weg te banen voor hun eigen gezin.
Beschikbaar blijven
‘’Ik gun elke tiener ouders als die van mij’’, zegt Cor als hij terugdenkt aan hoe hun houding onveranderd bleef toen hij een ander pad koos. Het pad dat zij hem juist hadden willen besparen. ‘’Mijn ouders waren en bleven ieder op hun eigen manier beschikbaar. Mijn moeder door, ondanks dat zij zelf vaak al aanvoelde wat er met me aan de hand was, gewoon naast me te staan en een luisterend oor te bieden. Vanuit liefde, rust en vergevingsgezindheid. Samen gingen we dan naar God toe om Hem om vergeving te vragen voor mijn zonden, waarbij zij altijd helende woorden had. Mijn vader stond, zelfs in mijn roerige periode, altijd paraat. Als ik hem om vier uur ‘s nachts belde omdat de taxi niet was gekomen, kwam hij mij en mijn vrienden meteen halen zonder vragen te stellen. In hun houding kon ik tastbaar ontdekken dat God genadig is en dat Jezus nooit klaar met mij zou zijn, maar altijd op me zou wachten.’’
Broederschap
Cor’s ouders gaven hem de ruimte om eigen keuzes te maken, maar zijn vader was zelf radicaal als het ging om alcoholgebruik. Hij had namelijk van heel dichtbij gezien wat alcohol kan aanrichten. Toch kwam Cor al op veertienjarige leeftijd voor het eerst in aanraking met alcohol. ‘’Ik wilde niet opzettelijk rebels zijn. Mijn gedrag kwam vooral voort uit nieuwsgierigheid en de drang naar een stoer imago, hoewel ik me in mijn vriendengroep niet hoefde te bewijzen. Broederschap verbond ons en onze belangrijkste gezamenlijke bezigheid was voetbal.’’
Eerste ervaring met alcohol
In de kantine van de voetbalclub was alcoholgebruik onderdeel van de cultuur. ‘’Van de volwassen mannen kregen wij daar onze eerste biertjes en op een bingo-avond mocht een vriend als prijs een grote fles sterke drank uitkiezen. We probeerden het uit en voor we het wisten lagen we laveloos op de grond. In die tijd was de regelgeving rondom alcohol nog heel anders en konden wij zonder problemen als vijftienjarigen een treetje bier kopen in de supermarkt. Toen ging een deur voor ons open naar elk weekend feesten en drinken.’’
Vanaf zestienjarige leeftijd nam het alcoholgebruik in de vriendengroep steeds meer toe. In de weekenden gingen zij naar voetbalwedstrijden van PEC Zwolle. Hoewel zij het interessant vonden om juichend langs de zijlijn te staan als er geweld plaatsvond onder supporters, namen zij daar nooit deel aan. Ook in het uitgaansleven was Cor vooral uit op sensatie, maar hij liet het nooit tot een vechtpartij komen.
Conflict
Op de avond van zijn arrestatie werd de vriendin van iemand uit zijn vriendengroep al kussend met een andere jongen gezien. De vrienden liepen erop af, waarna er wat geduwd en aan elkaar getrokken werd. Door omstanders werden de jongeren uit elkaar gehaald. Bij het naar buiten lopen sloeg een van de jongens door het raam heen, waarna hij onmiddellijk werd opgepakt door de politie die al buiten stond te wachten. De andere vrienden besloten meer jongens te gaan halen.
‘’We gingen naar een andere kroeg waar de zware jongens zaten’’, vertelt Cor. ‘’Een van hen liep mee naar de uitsmijter van de eerdere kroeg. Daar zijn doodsbedreigingen geuit waar ik bij stond en vanuit adrenaline, maar ook de drang om gezien te worden, stemde ik ermee in door ‘ja!’ te zeggen en een dreigende handbeweging te maken. De uitsmijter nam dat logischerwijze serieus, dus wij besloten in aangeschoten toestand weg te rennen. Dat bleken we precies de verkeerde kant op te doen. Op het drukste punt in de stad stond een peloton van de politie ons op te wachten.’’
Politie
Cor werd, onder luid gejuich van omstanders, in de boeien geslagen. In de politiewagen mocht hij op zijn verzoek nog even zijn vader bellen. ‘’Om drie uur ‘s nachts kreeg ik mijn vader aan de telefoon en vertelde hem dat ik die nacht in de cel zou moeten doorbrengen. ‘Nou, ik spreek je morgen wel’, was het enige wat hij zei. Hij wist dat hij er niets aan kon veranderen en ging niet tekeer, maar zou er de volgende dag rustig met me voor gaan zitten. Ook hierin proef je het hart van mijn vader dat voor mij open bleef staan.’’
Jezus in de cel
Die nacht in de cel gebeurde waar zijn ouders waarschijnlijk biddend op hadden gewacht: Cor had een ontmoeting met Jezus. ‘’Ik zag Hem niet als een gedaante verschijnen, maar Jezus bracht heel duidelijk allerlei fijne herinneringen uit mijn kindertijd naar boven. Vervolgens liet Hij me zien dat ik in een negatieve spiraal terecht was gekomen, waarin het draaide om gezien worden. Aan het einde van die beelden stelde Jezus mij letterlijk de vraag: ‘Kijk eens waar je nu staat. Waar wil je naartoe met je leven?’ Op dat moment in de cel heb ik mijn hart aan Jezus gegeven. Ik zei: ‘Jezus, ik ben klaar met de wereld waarin ik me begeef en verlang terug naar U’.
Aan het einde van die beelden stelde Jezus mij letterlijk de vraag: ‘Kijk eens waar je nu staat. Waar wil je naartoe met je leven?’ Op dat moment in de cel heb ik mijn hart aan Jezus gegeven.
Geleidelijke verandering
Cor’s leven veranderde niet op slag. ‘’Meteen die volgende dag waarop ik naar huis gestuurd werd met een waarschuwing, dacht ik weer aan mijn imago en deelde ik stoere verhalen met mijn vrienden. Het hele proces van sterven aan mezelf was daarna nog een ware worsteling en een zoektocht naar wat ik moest loslaten.’’
De kerk waar zij voorheen als gezin naartoe gingen stopte en zij kwamen terecht bij de VEZ. Cor stelde zich meer open en werd geraakt door wat hij in de diensten hoorde. Desondanks bleef hij nog een tijd even vaak meegaan naar de stad, maar merkte steeds meer dat zijn ogen geopend werden voor heel andere dingen dan voorheen. ‘’Het was de Heilige Geest die mijn verlangen en mijn kijk op de dingen veranderde, waardoor ik me niet meer thuis voelde. In eerste instantie verlangde ik er niet meer naar om zoveel te drinken en uiteindelijk zelfs om helemaal niet meer mee te gaan.’’
Het was de Heilige Geest die mijn verlangen en mijn kijk op de dingen veranderde, waardoor ik me niet meer thuis voelde.
Nieuwe vriendschappen
Cor realiseerde zich dat hij veranderd was en dat zijn vrienden hetzelfde waren gebleven, maar zijn vrienden merkten dit verschil ook op. Het leidde tot een confronterend gesprek, waarin Cor uiteindelijk kon delen wat er veranderd was. Toen hij zich niet lang daarna liet dopen zaten al die vrienden op de eerste rij om hem te steunen. Toch kwam er een einde aan de vriendschappen, maar God had al nieuwe vriendschappen in zijn leven gebracht. ‘’Tot dat punt bewoog ik nog in twee vriendengroepen. De tweede bestond uit vrienden uit de VEZ met een andere blik op het leven. Daar vond ik de broederschap die ik eerder ook had ervaren. Ik geloof dat God dat gebruikt heeft om mij uit die wereld te trekken.’’
Werk met jongeren
Cor bleef hierna alleen nog verbonden met deze wereld via zijn werk. ‘’Al in mijn stageperiode merkte ik dat ik door God gemaakt ben voor die rauwe jongens, want ik herkende hun wereld. De jongens waar ik mee werkte kwamen vaak uit mijn omgeving, waardoor ik regelmatig de familiehistorie kende. Dat maakte dat ik bij hen binnen kon komen. Toen ik na tien jaar de overstap maakte naar welzijnswerker kwam ik vaak op plekken waar ik mij zelf als jongere ook had begeven; op straat of bijvoorbeeld in het PEC Zwolle stadion. En dan ging het vooral om jongeren die, net als ik vroeger, op de grens zaten van langs de zijlijn staan en tot de harde kern gaan behoren.’’
Verwijzen naar Jezus
Hij was helemaal op zijn plek. Toch begon er op een gegeven moment iets aan Cor te knagen: ‘’Ik had ontdekt dat ik Jezus nodig heb in mijn, zoals ik het noem, half heftige leven. De jongeren met ernstige problematiek waar ik mee werkte hadden ook Jezus nodig. Als professional moest ik hen doorverwijzen naar een huisarts of psycholoog en moest ik hen uitleggen waarom allerlei therapieën goed zouden zijn, terwijl ik hen eigenlijk naar Jezus zou willen verwijzen. Ik probeerde dat met mijn manier van werken en mijn manier van leven toch te doen.’’
Als professional moest ik hen doorverwijzen naar een huisarts of psycholoog en moest ik hen uitleggen waarom allerlei therapieën goed zouden zijn, terwijl ik hen eigenlijk naar Jezus zou willen verwijzen.
Anders dan anderen
En dat had de gewenste uitwerking: ’’In die veertien jaar kwamen er regelmatig rauwe gasten naar me toe om te vragen waarom ik zo anders was dan andere begeleiders en waarom ik bijvoorbeeld respectvol over vrouwen sprak. Ik kan me iemand uit de jeugddetentie herinneren – een echt zware jongen waar we als begeleiders voor op onze hoede waren – die mij vroeg waardoor ik zo straalde en zo vriendelijk was. Ik vertelde hem dat ik in Jezus geloofde, waarna hij bekende dat hij ook met Jezus bezig was. Hij is uiteindelijk dominee geworden!’’
Ik vertelde hem dat ik in Jezus geloofde, waarna hij bekende dat hij ook met Jezus bezig was. Die ‘zware jongen’ is uiteindelijk dominee geworden!
Vormingsproces
Aan dit werk kwam uiteindelijk een einde. ‘’Ik zie die veertien jaar als vormingsproces voor wat ik nu mag doen in de VEZ. Mijn werkgever toentertijd wees mij er meer dan eens op dat ik er niet was om te evangeliseren. Dan zei ik: ‘Klopt, maar als ze ernaar vragen kunnen ze het krijgen.’ Dat beaamde hij. ‘Maar anders moet je voor de kerk gaan werken’, zei hij dan. Ik heb altijd gezegd dat ik dat niet zou doen en ook in de VEZ gaf ik aan dat ik juist buiten de kerk zou moeten bewegen, maar God heeft echt een omslag in dat standpunt gebracht. Ik merkte dat God mij losweekte van het werken op straat, hoewel ik nog niet wist wat ervoor in de plaats zou komen.’’
Cor had een paar jaar eerder al een beeld ontvangen waarin hij God ontmoette zoals Mozes dat deed in de tent: ‘’Ik sprak uit naar God dat ik alles voor Hem wilde doen en vroeg of Hij het me wilde duidelijk maken. God zei: ‘Wat ik van je wil vragen, ga ik nu nog niet doen.’ De volgende nacht zocht ik God weer en vroeg Hem wat ik tot die tijd zou moeten doen. Hij zei toen: ‘Alles wat ik van je vraag is dat je nu goed voor je gezin zorgt’.’’
Op Gods planning vooruit lopen
Terwijl hij daar zijn prioriteit van maakte, ging God met hem verder. Daarin zit een belangrijke geloofsles die Cor wil meegeven: ‘’Wat voor mij op negentienjarige leeftijd ook al duidelijk werd is dat God mij klaarmaakte om spreker te worden. Ik heb toen gedacht: ‘Maar hoe moet ik dat dan doen?’ En dat herken ik bij veel jongeren. Ze ervaren dat zij een roeping hebben en denken dat zij daar meteen in moeten bewegen. Sommigen besluiten alles aan de kant te zetten, te stoppen met hun opleiding en meteen de zending in te gaan of theologie te gaan studeren. Hiermee lopen zij eigenlijk vaak vooruit op Gods planning en timing voor hun leven. Wachten op de Heer is moeilijk, maar als we het vanuit onze eigen kracht gaan doen, raken we uitgeput.’’
Sommigen besluiten alles aan de kant te zetten, te stoppen met hun opleiding en meteen de zending in te gaan of theologie te gaan studeren. Hiermee lopen zij vaak vooruit op Gods planning en timing voor hun leven. Wachten op de Heer is moeilijk, maar als we het vanuit onze eigen kracht gaan doen, raken we uitgeput.
Cor verwijst naar Jesaja 40:31 waarin staat: ‘maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden, zij zullen snel lopen en niet afgemat worden, zij zullen lopen en niet moe worden’. ‘’Ik heb er bewust voor gekozen geen gerichte opleiding te volgen. Ik vertrouwde erop dat God me zou vormen, de deuren voor mij zou openen en dat ik op Zijn tijd alleen maar zou hoeven gaan. Het begon met af en toe een spreekbeurt in de jeugddienst, soms een kamp, waarna het aantal spreekbeurten steeds meer toenam.’’
In vreugde bewegen
Op diezelfde manier ervoer Cor duidelijk dat God de deur opende om het jongerenwerk te coördineren. ‘’Ik heb de deur niet zelf open getrapt of mezelf gepromoot. God maakte het duidelijk in mijn gebedstijd, door mensen die nietsvermoedend met een bevestiging kwamen en door de berusting die God uiteindelijk gaf in het idee dat dit werk voor mij bedoeld was. In deze bediening komt er soms zoveel op mij af, maar toch merk ik dat ik in vreugde blijf bewegen. Er zijn weleens mensen die op hun hart hebben gekregen om voor mij te bidden om bescherming, waarna zij in een beeld Jezus achter mij zagen staan met Zijn handen op mijn schouders om te verzekeren dat Hij voor mij zorgt. En zo is het ook: Ik hoef het niet zelf te doen. Hij houdt mij overeind. Ik kan soms voor 200% doorgaan en dat kan ik alleen omdat Hij mij hierop heeft voorbereid. Tien jaar geleden zou ik opgebrand raken, maar ik zie nu Jesaja 41:30 waarheid voor mij worden. Ik gun het iedereen om op die manier te wandelen.’’




