Jurjen ten Brinke, evangelist en verbinder tussen kerken in Amsterdam, staat vierkant achter het Manifest voor kerken dat de ChristenUnie vrijdag presenteerde. Sterker nog, hij was betrokken bij de uitvoering en moedigde voorgangers aan het te ondertekenen. Ten Brinke maakt deel uit van de Amsterdam Council of Christian Leaders en is in die hoedanigheid een van de stemmen richting de lokale overheid. “Burgemeester Halsema is doordrongen geraakt van het belang van kerken voor de stad.”
Bijna een jaar geleden stuurden tientallen kerkleiders en enkele bestuurders van overkoepelende kerkorganisaties een brandbrief aan burgemeester Halsema. Ze wilden in gesprek over het gebrek aan ruimte voor geloofsgemeenschappen in de stad. Volgens Ten Brinke heeft de brief de burgemeester wakker geschud.
“Er ontstond reuring. Als vertegenwoordigers van kerken werden we uitgenodigd in de ambtswoning van de burgemeester om te spreken over huisvesting voor kerken. De brandbrief heeft ertoe geleid dat de burgemeester zich er meer van bewust is dat kerken aandacht verdienen. Ze is bij Amsterdam City Church op bezoek gegaan en legt momenteel de laatste hand aan een nieuwe notitie die ingaat op de verhouding tussen kerk en staat. Het contact is na de brandbrief echt wel veranderd en we zijn op een constructieve manier in gesprek, maar we hebben nog niet zoveel boter bij de vis. Het moet natuurlijk niet bij mooie woorden en fijne gesprekken blijven.”
Lekstraatsynagoge
De burgemeester is zich bewust geworden van het belang van kerken, maar op ambtelijk niveau is er nog veel te winnen. “Het is een heel groot ambtenarenapparaat, waarin verschillend wordt gedacht over kerken. Neem Credo Church in Amsterdam-Noord. Die wordt geregeld door de gemeente ingeschakeld om te fungeren als stembureau, voedsel-uitgiftepunt. Ook stelt ze haar gebouw beschikbaar aan (openbare) scholen die meer over Kerst of Pasen willen leren. In hun ontvangstruimte staan tafeltjes en stoeltjes en daar kun je voor een paar euro heerlijke broodjes krijgen. Met als gevolg dat mensen uit de buurt er samenkomen, van ras-Amsterdammers tot moslims, van buurtgenoten tot yuppen. Er is geen winstoogmerk en het wordt gerund door vrijwilligers. Maar een aantal ambtenaren heeft besloten dit als ‘horeca’ te zien, nadat iemand uit de buurt had geklaagd dat er in de zomer ook stoelen buiten staan op het eigen terrein van de kerk weliswaar. Enerzijds worden kerken dus geprezen omdat ze verbinding leggen. En anderzijds wordt dan naar de letter van de wet gehandhaafd want er zit een “religieuze bestemming” op het pand, en dan mag je geen broodjes met koffie serveren en daar een bedrag voor vragen.
Ook op andere plekken in de gemeente zie je die tweedeling. “De burgemeester vindt de kerken waardevol, maar een andere afdeling beslist over gebouwen. Die laatste heeft de opdracht om voor de gemeente zoveel mogelijk geld te verdienen. Als je vindt dat kerken belangrijk zijn voor de samenleving, waarom bied je vastgoed van de gemeente Amsterdam dan niet tegen een acceptabele huur aan aan geloofsgemeenschappen in plaats van tegen commerciële prijzen?”
Ten Brinke noemt het voorbeeld van de Lekstraatsynagoge die leegstaat. Die wordt aangeboden voor 201.000 euro per jaar. “Dat is 18.000 per maand, exclusief btw. Er is geen kerk die dat kan betalen. Terwijl het van oorsprong een Godshuis, een gebedshuis is. Dan moet je ook de moed hebben om te kijken of er een paar kerken in kunnen en misschien een Joodse gemeenschap. Mensen die hier beslissingen over nemen, zijn weer andere dan met wie we de constructieve gesprekken voeren. Er is dus meer samenhang en samenwerking nodig, vanuit een totaalvisie.”
Win-winsituatie
De gemeenteraad zou ook scholen kunnen aanmoedigen om hun gebouw aan kerken te verhuren. “Als een kerk nu aanklopt bij een school met de vraag of ze een ruimte mag huren, stuit ze heel vaak op grenzen. ‘Dat doen we niet, we zijn neutraal, er is scheiding tussen kerk en staat’. De gemeente zou een dringend beroep moeten doen op scholen en buurthuizen: stel je ruimte beschikbaar tegen een fatsoenlijke huur. Dat is een win-winsituatie. De instellingen hebben zo wat extra inkomsten en de kerk een ruimte om in samen te komen.”
Zo’n veertig kerken zijn op zoek naar ruimte en daarom moet je ook reëel zijn, vindt Ten Brinke. “De waarheid is dat de gemeente ook met de handen in het haar zit. Ze kan er niet zomaar grond bij toveren. We hebben echt een probleem, ook met woningen. Stel dat er ruimte is voor een kerk, maar mensen protesteren en zeggen: daar kunnen ook vijftig woningen komen, dan snap ik die mensen ook. De woningnood is groot.”
Sportcentrum
Als er een nieuwe wijk gebouwd wordt, moeten er ook een huisartsenpost, een apotheek, iets van sport, scholen en een supermarkt komen. “Er zou ook ruimte moeten komen voor religie, kerk, moskee en synagoge. We zijn niet irreëel en beseffen dat we niet een streepje voor hebben. Mensen die niet religieus zijn, vinden een sportcentrum belangrijker dan een kerk. Voor christenen is een kerk belangrijker, dat is evident.”
Ondanks de uitdagingen houdt Ten Brinke toch een pleidooi. “Het is fijn dat we weer on speaking terms zijn met de gemeente, dat de nood wordt geproefd en dat er ook meegedacht wordt. Maar eerlijk is eerlijk, we willen nu wel graag zien dat het hele ambtenarenapparaat meebeweegt. Dat is een politieke keuze en daarom zijn de gemeenteraadsverkiezingen volgende maand heel belangrijk.”
Eenheid
Er is ook een pijnlijk punt, zegt Ten Brinke. “Er is geen eenheid onder christenen. Er staan met name rooms-katholieke gebouwen leeg en daar zouden protestantse en migrantenkerken graag gebruik van maken, maar het bisdom denkt daar anders over. Die hebben geld nodig om de boel overeind te houden en gaan daarom liever met een projectontwikkelaar aan tafel. Dat is niet behulpzaam in de gesprekken met de gemeente. Halsema wijst dan op leegstaande kerkgebouwen en dan moeten we zeggen dat de katholieken die niet aan ons willen verhuren. Dat is geen lekker getuigenis. Precies daarom bidt Jezus in Johannes 17 om eenheid, zodat de wereld zal geloven dat God Hem gezonden heeft.”
Kerken moeten ook naar zichzelf kijken, vindt Ten Brinke. “We moeten gezamenlijk optrekken als kerken. Sluit allianties met elkaar. Wij hebben ook een verantwoordelijkheid en kunnen niet alleen met de vinger naar de politiek wijzen. Veel kerken hebben niet genoeg geld om zelf een gebouw te onderhouden, ga dan samenwerken om met twee of drie kerken in een gebouw te trekken. Als we allemaal ons eigen dingetje willen, dan hebben we niet zoveel poot om op te staan. Dat is het sterke in het manifest. De nadruk ligt op de gemeentelijke overheden, maar we kijken ook naar onszelf.”
Zichtbaar
Wat politici vaak niet weten is hoe bruisend, levend en krachtig jonge kerkgemeenschap zijn, aldus Ten Brinke. “Te lang bestaat het plaatje dat kerken een beetje oud zijn, van vroeger en dat je er vooral grijze koppies ziet. “Een van mijn taken is om te zorgen dat kerken zichtbaar worden in het publieke domein. Het is prachtig als je een worshipavond hebt met vijfhonderd jongeren, maar zorg ook dat je op de nieuwjaarsreceptie van je stadsdeel aanwezig bent. In elk stadsdeel worden bijeenkomsten georganiseerd voor gebedshuizen als kerken en moskeeën. Daar moeten wij bij zijn.”
Teveel kerken zeggen: ‘Daar hebben we geen tijd voor’, weet Ten Brinke. “Maar wacht even: Johannes 17 heeft het over eenheid zodat de wereld weet… zorg dat je erbij bent. Bezoek de nieuwjaarsreceptie en zeg tegen de locoburgemeester: ‘Gods zegen voor uw werk, wij bidden voor u en zijn van deze kerk’. Nodig je burgemeester, de stadsdeelvoorzitter, de gebiedsmakelaar, de wijkagent allemaal uit. Vertel dat je kerk bent, dat je goed wilt doen en dat je de liefde van God en van het Koninkrijk wilt laten zien in de stad. En maak dat je zichtbaar bent in straten en in vrijwilligerswerk in bijvoorbeeld de verpleeg- en gehandicaptenzorg. Als wij niet zichtbaar zijn, dan heeft de overheid ook geen idee wie we zijn en wat we doen. De burgemeester begint dat ook te zien. Ze bezocht City Church en was helemaal verrast dat er bijna zevenhonderd jonge mensen samenkwamen en over de blijdschap, energie en het enthousiasme wat ze zag.” Ten Brinke en de andere vertegenwoordigers van kerken hebben tijdens hun bezoek in de ambtswoning van de burgemeester voor haar gebeden. “Dat vond ze bijzonder. Ze is niet religieus maar ook niet anti.”
Gunst
Hoewel de gemeente veel kan betekenen, benadrukt Ten Brinke dat we het niet van haar moeten verwachten. “We moeten werkelijk alles van God verwachten. God gaat boven de regels van de gemeente en het bisdom. Aan de ene kant komen we op een fatsoenlijke manier op voor onze belangen maken we gebruik van de mogelijkheden in onze rechtstaat, maar anderzijds verwachten we het van God. Juist als christenen weten we dat we niet op basis van rechten, maar op basis van Gods genade leven.”
Ten Brinke wijst op Handelingen 2. “Daarin worden niet alleen tekenen en wonderen van onze God benoemd, maar ook dat de volgelingen van Jezus in de gunst stonden bij het hele volk. Aan een kant mogen we vervolging verwachten, maar we kunnen ook in de gunst staan als we bekend staan als mensen die het goede doen. Bij Hoop van Noord vingen we daklozen op. We informeerden de buurt via de buurtapp en zeiden dat ze even konden bellen als ze ergens last van hadden. De buurtapp liep vol met reacties als ‘Wat tof, kunnen wij ook wat doen?’ Spontaan besloten niet-gelovige mensen uit de buurt om eieren te bakken en die te komen brengen. De buurt spreekt heel positief over ons.”





