Voor veel kerken in Nederland is het vinden van een gebouw een structureel probleem. Vooral migrantenkerken en groeiende, vaak jonge gemeenschappen lopen in grote steden vast. Ze groeien, maar zien geen enkele mogelijkheid om nog ergens een onderkomen te vinden. De ChristenUnie presenteert vandaag in samenwerking met lokale CU-fracties van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht daarom het manifest ‘Ruimte voor kerken’. “In de praktijk wordt godsdienstvrijheid een leeg begrip.”
Tweede Kamerlid Don Ceder (ChristenUnie) noemt het een fundamentele kwestie. Niet omdat het om stenen gaat, maar omdat het raakt aan een grondrecht. “Vrijheid van godsdienst mag geen theoretische vrijheid worden,” stelt hij. “Als kerken nergens samen kunnen komen, is die vrijheid in de praktijk uitgehold.”
Een groeiend probleem in de grote steden
In steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zijn tientallen geloofsgemeenschappen actief die geen vaste plek hebben. Het gaat met name om migrantenkerken, waarvan het ledenaantal vaak juist toeneemt. Waar traditionele kerkgebouwen sluiten, ontstaan nieuwe gemeenschappen – maar niet op dezelfde plekken.
Het gevolg: kerken wijken uit naar bedrijventerreinen, loodsen, tijdelijke huurconstructies of gymzalen. Vaak zonder zekerheid. Zonder mogelijkheid om structureel iets op te bouwen in de wijk. Zonder ruimte voor doordeweekse activiteiten.
Volgens Ceder is dat geen toeval, maar het resultaat van beleid waarin religie nauwelijks wordt meegenomen. “Bij gebiedsontwikkeling wordt gedacht aan scholen, sport, zorg, cultuur – maar zelden aan geloofsgemeenschappen. Alsof religie geen onderdeel meer is van het maatschappelijk weefsel.”
Meer dan een zondagse dienst
De ChristenUnie benadrukt dat het probleem verder reikt dan alleen de zondagse samenkomst. Kerken functioneren in veel wijken als laagdrempelige ontmoetingsplekken. Ze organiseren jeugdwerk, bieden schuldhulp, ondersteunen gezinnen, helpen bij integratie en draaien voedselbanken. In sommige steden bieden kerken zelfs opvang aan dak- en thuislozen.
“Je kunt discussiëren over religie,” zegt Ceder, “maar je kunt niet ontkennen dat kerken maatschappelijk van betekenis zijn. Ze bereiken mensen die buiten beeld blijven bij reguliere instanties.”
Onderzoek in verschillende steden laat zien dat de maatschappelijke inzet van geloofsgemeenschappen miljoenen euro’s aan sociale waarde vertegenwoordigt. Toch worden kerken in ruimtelijke ordening zelden als serieuze maatschappelijke partner behandeld.
Scheiding van kerk en staat – verkeerd begrepen
Volgens Ceder zit een deel van het probleem in de interpretatie van de scheiding tussen kerk en staat. “Die wordt vaak opgevat als afstand houden,” zegt hij. “Maar scheiding betekent geen uitsluiting. Het betekent dat de overheid neutraal en rechtvaardig ruimte biedt aan verschillende overtuigingen.”
In de praktijk ervaren veel kerken juist het tegenovergestelde. Gemeenten reageren terughoudend op huisvestingsvragen, verwijzen naar bestemmingsplannen of sluiten religieuze huurders uit van gemeentelijk vastgoed. Bij herontwikkeling van wijken verdwijnen bestaande kerkplekken zonder dat er alternatieven worden geboden.
Nieuwe wijken verrijzen zonder enige structurele ruimte voor geloofsgemeenschappen. Dat leidt volgens de ChristenUnie tot buurten waarin ontmoeting vooral commercieel is georganiseerd – via horeca of evenementen – maar niet via gemeenschappen die duurzaam verbonden zijn aan de wijk.
De Rotterdamse CU-lijsttrekkers Van Dijk en La Rose: “Honderden kerken bieden onze stad onmisbare plekken van geloof, bezinning en aandacht voor elkaar. Er gaan op zondag in Rotterdam meer mensen naar de kerk dan naar De Kuip. Dit benadrukt dat geloof een zichtbare en legitieme plek in onze samenleving heeft.” Inmiddels hebben ruim tweehonderd mensen, onder wie voorgangers en oud-politici, hun steun uitgesproken voor het manifest.
Van erfgoed naar verdringing
Een recente casus rond de Grote Kerk in Alkmaar – waar een paasdienst werd geweigerd terwijl andere evenementen wel doorgang vonden – staat volgens Ceder symbool voor een bredere verschuiving. Religieuze gebouwen worden gezien als cultureel erfgoed of evenementlocatie, maar de oorspronkelijke geloofsfunctie raakt uit beeld. “Religie wordt gereduceerd tot cultuur,” stelt hij. “Maar levende geloofsgemeenschappen zijn geen museumstukken.”
Voor de ChristenUnie raakt dit aan de kern van artikel 6 van de Grondwet: vrijheid van godsdienst. Die vrijheid vraagt niet alleen om bescherming tegen verbod, maar ook om ruimte om daadwerkelijk samen te komen.
Concrete voorstellen
De ChristenUnie pleit daarom voor een samenhangende aanpak. Gemeenten zouden periodiek moeten inventariseren hoeveel religieus vastgoed nodig is, en dat meenemen in omgevingsplannen. Bij nieuwe wijkontwikkeling moet ruimte voor geloofsgemeenschappen expliciet worden meegenomen.
Daarnaast wil de partij dat gemeenten bereikbaar zijn voor kerken via vaste contactpersonen, en dat gemeentelijk vastgoed niet bij voorbaat wordt uitgesloten voor religieuze huurders. Gedeeld gebruik van maatschappelijke gebouwen zou volgens de partij eerder regel dan uitzondering moeten zijn.
Ook pleit de ChristenUnie voor meer religieuze geletterdheid onder ambtenaren, zodat grondrechten correct worden geïnterpreteerd en beleidsmakers beter begrijpen wat de rol van geloofsgemeenschappen in de samenleving is.
“Ruimte voor kerken is ruimte voor mensen”
Voor Don Ceder is de kern helder: dit gaat niet over privileges, maar over gelijkwaardige behandeling. “Als een samenleving ruimte heeft voor sport, cultuur en ontmoeting, dan moet er ook ruimte zijn voor geloof,” zegt hij. “Niet als gunst, maar als onderdeel van een pluriforme democratie.”
Volgens hem is het risico duidelijk. Als kerken structureel naar de randen van de stad worden geduwd of geen plek meer krijgen, verdwijnt niet alleen een gebouw, maar ook een sociaal netwerk. “Ruimte voor kerken,” zegt Ceder, “is ruimte voor mensen. En als we dat serieus nemen, moet dat zichtbaar worden in beleid – niet alleen in woorden.”





