Kapitein Dirk Wander Colenbrander is al negentien jaar werkzaam bij Operatie Mobilisatie. Als kleine jongen beloofde hij God dat hij zou varen voor het evangelie. Inmiddels werkt Dirk als kapitein op de Logos Hope en vaart hij samen met het team de wereld over om de goedheid en liefde van God overal te brengen.

U zegt dat God het verlangen voor de schepen in uw hart heeft gelegd. Kunt u mij meenemen naar het moment waarop u besefte: dit is de plek waar God mij wil hebben?
“Dat begon eigenlijk al toen ik een jongetje van acht jaar was. Ik wilde stuurman worden én zendeling. Hoe je die twee combineert wist ik niet. De zus van mijn oma ondersteunde destijds iemand die op de Doulos werkte. Toen hoorde ik voor het eerst over de Doulos en de Logos. Toen heb ik gebeden en God beloofd dat ik ooit op de Logos zou gaan dienen. Ik stuurde zelfs een brief naar de kapitein van de Logos. Uiteindelijk kreeg ik een reactie terug met een poster van het schip en een bemoedigende boodschap: als je goed je best doet, kom je er wel.
Toen de Logos later naar Scheveningen kwam, mocht ik het schip bezoeken. Vanaf dat moment was ik verkocht. Op Koninginnedag verkocht ik speelgoed en gaf de opbrengst aan het schip. Ik wilde toen al meebouwen aan het werk van het schip.
Toen hoorde ik het nieuws dat de Logos op de rotsen gevaren was en dus ten einde kwam. Ik dacht: hoe kan dat nou? Ik heb God beloofd dat ik op dit schip zou gaan werken. En toen kwam er even later een Logos 2, die lag toen in Amsterdam. Mijn vader bracht mij toen naar het schip toe zodat ik daar vrijwillig kon helpen aan de opbouw. Ik bleef daar ook vaak slapen en was daar omringd door allemaal internationale mensen.
Toen heb ik de zeevaartschool gedaan. Na de zeevaartschool wilde ik het liefst direct aan boord gaan, maar ik kreeg het advies om eerst ervaring op te doen in de koopvaardij. Hier bleef ik werken totdat ik een duidelijke ‘go’ had van God om de Logos op te gaan.
Ondertussen leerde ik mijn vrouw kennen. Ik vertelde haar, toen we nog maar één week verkering hadden, dat ik me geroepen voelde voor de zending en dat ik God had beloofd om op de Logos te gaan werken. Haar reactie was direct: ‘Dan ga ik mee!’ Dat was voor mij een enorme bevestiging. In de jaren die volgden maakte mijn vrouw haar studie af en kreeg ik de mogelijkheid om mijn papieren te behalen als kapitein. Alles viel perfect samen en toen wij beiden klaar waren, wisten we dat het tijd was.
We stapten samen aan boord van de Logos. Ik begon als eerste stuurman en mijn vrouw in de kombuis. Na een tijdje gewerkt te hebben als eerste stuurman, ontstond er behoefte aan een nieuwe kapitein. Ik wist dat ik de juiste papieren had en steeds vaker mocht ik kapiteinstaken vervullen. Toen heb ik officieel besloten om aan de slag te gaan als kapitein van de Logos Hope.”
Hoe ziet een dag als kapitein op de Logos Hope eruit? Wat is uw favoriete gedeelte van het werk?
“De dag begint meestal met ontbijt, gevolgd door een moment van Bijbelstudie en gebed. Daarna bespreek ik met de dekafdeling wat er die dag moet gebeuren. Een groot deel van mijn werk bestaat uit het beantwoorden van vragen, het afhandelen van e-mails en het nemen van beslissingen. De hele dag door lopen mensen mijn kantoor binnen. Daarnaast vertegenwoordig ik het schip bij officiële gelegenheden. Bij openingen ben ik vaak gastheer en houd ik toespraken.
Wat ik het mooist vind, zijn de momenten waarop we contact hebben met mensen aan wal. Voor dit soort momenten moet je als kapitein bewust tijd maken, want er is altijd wel werk te doen. Als het schip in de haven ligt, probeer ik scholen, bejaardentehuizen of gevangenissen te bezoeken. Vooral die gevangenisbezoeken raken me altijd weer. Daar zie ik heel concreet waarom we dit werk doen.”

Wat vindt u het meest uitdagend aan uw werk? En hoe ervaart u God in die momenten?
“Op praktisch gebied kunnen moeilijke havens een uitdaging zijn. Soms zijn er ingewikkelde weersomstandigheden, inspecties of grote bezoekersstromen die veilig begeleid moeten worden. Juist dan zie je hoe belangrijk gebed is. Je kunt dingen echt doorbreken door gebed. Regelmatig hebben we gebeden om goed weer of om open deuren om in contact te komen met de juiste mensen, en dan zien we dat omstandigheden ineens veranderen. Dat blijft bijzonder.
Persoonlijk ligt de uitdaging ook in het onderhouden van je eigen relatie met God. Het werk is druk en je bent voortdurend bezig met mensen. Daarom moet je bewust tijd maken voor persoonlijk gebed en Bijbellezen. Voorheen werkte ik op niet-christelijke vrachtschepen en werd je eigenlijk automatisch uitgedaagd om aan je relatie met God te werken, omdat je omgeving heel anders is. Nu wordt alles als het ware gepresenteerd op een dienblad. Er zijn constant diensten en gebedsbijeenkomsten, waardoor je in alle drukte nog weleens je persoonlijke relatie met God kunt vergeten. De uitdaging is dus echt om intentioneel te blijven investeren in je eigen relatie met God.
Daarnaast leef en werk je met mensen uit allerlei landen en culturen. Soms ontstaan er misverstanden of kwets je iemand onbedoeld, puur door cultuurverschillen. Dan bid ik vaak vooraf om wijsheid voor gesprekken. Dit is iets waar je in de loop der jaren mee leert omgaan. God helpt daarin steeds weer.”
U noemt het een wonder dat deze bediening al meer dan vijftig jaar bestaat. Wat is persoonlijk het grootste wonder dat u hebt meegemaakt?
“Een van de meest bijzondere momenten was ons bezoek aan Basra in Irak. Veel mensen hadden maandenlang hun best gedaan om het mogelijk te maken dat de Logos Hope daar kon aanmeren. Speciaal voor ons werd zelfs een aanlegplaats gerealiseerd. Toch leek het tot het laatste moment onmogelijk. We moesten over een lang en ondiep traject varen en daarvoor moesten allerlei omstandigheden precies goed zijn: de windrichting, de waterstand en het getij. Een paar dagen van tevoren zag het er niet goed uit. Maar op de dag zelf vielen alle puzzelstukjes op hun plaats. De omstandigheden waren perfect en we konden veilig binnenvaren. Hetzelfde gebeurde bij het vertrek. Dat zijn momenten waarop je heel duidelijk Gods hand ziet.”

Is er een ontmoeting die u in het bijzonder is bijgebleven?
“Ja, een ontmoeting met een kapitein die in de gevangenis terecht was gekomen nadat er drugs waren gevonden op zijn schip. Tijdens ons eerste bezoek vroeg hij mij om een bepaald boek dat verplicht aan boord van schepen aanwezig moet zijn.
Een jaar later kwamen we opnieuw in die haven. Ik had dat boek nog steeds in gedachten en besloot hem op te zoeken in de gevangenis. Toen ik hem het boek gaf, was hij zichtbaar geraakt. Hij kon nauwelijks geloven dat iemand hem niet vergeten was. We hebben samen gesproken en ik mocht voor hem bidden. Dat soort ontmoetingen blijven je bij. Ze laten zien hoe belangrijk het is om mensen te laten merken dat ze gezien worden.”
Na al die jaren betrokkenheid bij de OM-schepen: wat drijft u vandaag nog steeds om door te gaan?
“Hoewel ik niet negentien jaar lang heb meegevaren, ben ik wel altijd nauw betrokken geweest als fulltime medewerker. Ik ben al die jaren eigenlijk dagelijks betrokken geweest bij het schepenwerk en uiteraard veel aan boord geweest, ook samen met mijn gezin. Al deze jaren hebben wij zoveel ondersteuning gehad van vrienden, familie en mensen uit de kerk, zowel op financieel gebied als in gebed. Zonder hen zou dit werk niet mogelijk zijn.
Wat mij steeds weer motiveert, is dat er nog altijd zoveel mensen zijn die nooit echt hebben gehoord wie Jezus is en wat Hij voor hen heeft gedaan. Ik mag een onderdeel zijn van het bereiken van die mensen. Na iedere haven hebben we een moment dat we ‘Port Praise’ noemen. Dan delen bemanningsleden wat ze hebben meegemaakt. De grote aantallen mensen noemen is mooi, maar wat er echt toe doet, zijn de persoonlijke verhalen. Je hoort verhalen van bemanningsleden die eigenlijk geen energie meer hadden, maar toch de kracht kregen om door te gaan. Verhalen over bijzondere ontmoetingen, gebeden die werden verhoord en mensen die werden bemoedigd; dat is datgene wat mij motiveert.
Ook de groei van jonge mensen aan boord raakt mij steeds opnieuw. Deze jongelui zie je echt gevormd worden en opgroeien in hun roeping. Vaak denk je dat je hun iets komt bijbrengen, maar tegelijkertijd ontvang en leer je zelf ook zoveel van hen. Het is prachtig om te zien hoe God levens verandert en mensen vormt. Zowel aan boord als aan wal. Dat blijft mij inspireren om door te gaan.”

Wat zou u zeggen tegen christenen die voelen dat God hen roept voor de OM-schepen, maar twijfelen om die stap te zetten?
“Ik zou zeggen: denk niet te snel dat je niet geschikt bent. Veel mensen aan boord hadden nooit gedacht dat ze hier terecht zouden komen. Misschien lees je mijn verhaal en denk je dat je al van jongs af aan moet weten dat je die roeping hebt, maar dat hoeft niet zo te zijn. Sommigen namen pas een maand van tevoren de beslissing om te gaan.
Wij zijn geen uitzonderlijke mensen. We zijn gewone mensen die bereid zijn om God te volgen en het evangelie te delen. Kijk naar mensen als Mozes en David. Ook zij voelden zich niet altijd bekwaam, maar God gaf hun wat ze nodig hadden. Denk daarom niet: ‘Ik kan het niet’, want als God je roept, zal Hij ook voorzien.
Er zijn bovendien veel manieren om betrokken te raken. Je kunt voor korte of langere tijd aan boord komen, maar ook meebouwen door gebed, giften of praktische ondersteuning. Dus als je geïnteresseerd bent, kun je een kijkje nemen op onze website en een kennismakingsgesprek aanvragen. Er zijn zoveel mogelijkheden op het schip, dat er vast wel iets tussen zit dat bij jou past.”
Voel jij je geroepen tot zendingswerk en wil je meer informatie? Klik dan hier.

