Ze leefde het leven waar velen naar streven. Nog voor haar 26e bouwde Laurentine van Landeghem een succesvol modemerk op, met meerdere winkels, modeshows en een groeiende online achterban. Haar dagen waren gevuld met creëren, ondernemen en zichtbaar zijn. Van buiten leek alles te kloppen. Van binnen begon het te schuren.
“Ik had alles waar ik van droomde en toch voelde ik leegte.”
Wat begon als passie, veranderde langzaam in druk. Het succes bracht verwachtingen met zich mee — van klanten, van volgers, maar ook van zichzelf. Het tempo lag hoog, de lat nog hoger. De voldoening waar ze ooit op hoopte, bleef uit. In plaats daarvan groeide de onrust.
Uiteindelijk liep ze vast. De combinatie van prestatiedruk en innerlijke leegte leidde tot een burn-out. Ze nam een ingrijpend besluit: ze verkocht haar bedrijf. Niet vanuit visie, maar vanuit noodzaak.
Wat volgde was geen directe oplossing, maar een nieuwe fase van zoeken. Zonder bedrijf, zonder structuur, zonder duidelijke richting ging ze op reis — letterlijk en figuurlijk. Ze verdiepte zich in persoonlijke ontwikkeling, spiritualiteit en alternatieve vormen van zingeving. Alles wat belofte leek te dragen, probeerde ze uit.
“Al die dingen gaven maar tijdelijk geluk.”
De zoektocht bracht inzichten, maar geen vervulling. Wat ze ook probeerde, het effect was steeds hetzelfde: korte pieken van rust of betekenis, gevolgd door dezelfde leegte. De vraag die onder alles lag — waar doe ik het voor? — bleef onbeantwoord.
Langzaam verschoof de zoektocht van nieuwsgierigheid naar wanhoop. Op een dieptepunt, waarin ze het leven niet meer zag zitten, kwam ze tot een punt waarop er niets meer overbleef om op terug te vallen.
“Als U echt bestaat, laat het me zien, want ik kan niet meer.”
Het was geen religieus moment, geen gepland gebed, maar een rauwe roep om hulp. Volgens Laurentine was het precies daar, in die kwetsbaarheid, dat er iets doorbrak. Ze beschrijft hoe ze op dat moment een diepe, onverklaarbare vrede ervoer — anders dan alles wat ze eerder had meegemaakt.
Die ervaring markeerde een keerpunt. Niet omdat al haar omstandigheden direct veranderden, maar omdat haar perspectief verschoof. Voor het eerst vond ze rust die niet afhankelijk was van prestaties, gevoelens of omstandigheden.
Waar haar leven eerder draaide om bouwen, bereiken en ontdekken, kwam er een nieuw fundament: een relatie met Jezus Christus.
“Ik heb geproefd van alles wat het leven te bieden heeft, maar het brengt niets. Bij God word je vervuld.”
Die conclusie staat haaks op een cultuur waarin zelfontwikkeling centraal staat en identiteit vaak wordt opgebouwd vanuit prestaties of persoonlijke groei. Laurentine kwam juist tot het tegenovergestelde inzicht: dat het antwoord niet in haarzelf lag.
“Hij is genoeg. Niet ik.”
Het is een verschuiving van zelfgericht naar Godgericht leven. Waar ze eerder probeerde zichzelf te vinden, vond ze rust in overgave. Niet door meer te doen, maar door los te laten.
Haar verhaal laat een patroon zien dat herkenbaar is voor een generatie die veel mogelijkheden heeft, maar tegelijk worstelt met richting en vervulling. Succes bleek geen eindpunt, maar een tussenstation. De echte verandering kwam niet door wat ze bereikte, maar door Wie ze ontmoette.
Wat begon als een zoektocht naar betekenis, eindigde in een overtuiging die haar leven nu draagt: echte vervulling ligt niet in wat je opbouwt, maar in Wie je volgt.





