De KNVB gaat melding doen bij Meld.Online Discriminatie nadat meerdere Oranje-internationals hatelijk en racistisch werden bejegend na hun gemiste penalty op het WK voetbal. Nederlands elftal-spelers Justin Kluivert, Quinten Timber en Crysencio Summerville misten in de verloren wedstrijd tegen Marokko een penalty. Op hun Instagramaccounts plaatsten gebruikers racistische leuzen en afbeeldingen van apen. De ophef is groot. Koen Minderhoud, voorganger van Kom en Zie Rotterdam, schaamt zich voor wat er gebeurde. Tegelijk vertelt hij hoe zijn eigen kijk op ras en cultuur compleet is veranderd door zijn voorgangerschap bij Kom en Zie in Rotterdam. Zijn boodschap: de kerk is dé oplossing.
Latent aanwezig, tot het naar boven komt
“Ik besef dat er nog steeds veel discriminatie is,” zegt Minderhoud. Hij groeide op in het overwegend blanke Zeeland en kreeg in Rotterdam in de omgang met Surinamers, Afrikanen en Antillianen door wat voor pijn er is in deze gemeenschap en hoeveel racisme er nog is. “Het is latent aanwezig, en op zulke momenten komt het naar boven.” Het zit in de samenleving, maar vooral in de menselijke natuur, ontdekte Koen. Een oplossing ‘in het natuurlijke’ is daarom lastig, vindt hij. Voor hem is er maar één echte oplossing: “Alleen in Christus is het mogelijk om één grote familie te zijn met 39 verschillende culturen. Op dat aantal kwamen we twee jaar geleden uit toen we in de kerk de culturele achtergronden gingen tellen. Ik vind het een heel gróót voorrecht om dat te ervaren.”

Echter is ook de kerk een plek waar raciale spanningen binnen kunnen komen. Dat ervoer Koen ook in zijn eigen kerk. Kom en Zie maakte een enorme groei door onder jongeren, van wie best veel een Antilliaanse, Surinaamse of Afrikaanse achtergrond hadden. “Toen kwam er weleens de opmerking: ‘het voelt niet meer als onze kerk. Kijken we ook nog om naar ‘onze’ jongeren?’, waarmee werd bedoeld de blanke jongeren die in onze kerk zijn opgegroeid. Ik ben toen als voorganger opgestaan. Hoezo ‘onze’ jongeren? Wie bepaalt er wie ‘onze’ jongeren zijn? De jongeren van Kom en Zie zijn allemaal onze jongeren.” Minderhoud herkende daarin een ‘wij-zij’-denken, gericht op mensen die verder van de eigen groep af staan. “We hebben toen echt het gesprek gevoerd: zijn we nou echt zo’n open gezin dat blij is als er mensen bijkomen? Of komt er toch iets van discriminatie of onderscheid naar boven?”
“Ik ga niet in kleuren denken”
Als voorganger heeft hij zich daar altijd hard tegen verzet. “In dat soort verdeling zit voor mij geen enkele jongere.” Wel houdt hij in de gaten of iedereen zich gezien voelt en of er eenheid is, “maar ik ga niet in groepen denken, in blank of zwart. Kleur speelt voor mij eigenlijk geen enkele rol.”
“Toch kwam de discussie weleens langs of op het podium en in het leiderschap alle kleuren vertegenwoordigd moesten zijn. Je kunt het niet forceren, het moet niet kunstmatig zijn. Maar wat je wel moet doen, is jezelf helemaal openstellen, dezelfde diepere relaties aangaan — en dan groeien mensen met verschillende culturele achtergronden vanzelf door naar het leiderschap.” Hij merkt dat het multiculturele karakter van zijn gemeente in alle lagen is doorgesijpeld. “Als ik nu weleens in een andere gemeente kom die niet zo multicultureel is, dan vind ik dat een groot gemis. Ik zou nu juist niet meer in een gemeente kunnen zitten die niet multicultureel is.”
Hij verwijst naar Johannes 17 (Hogepriesterlijk gebed), waar Jezus bidt “opdat zij allen één zullen zijn…..opdat de wereld zal geloven dat U mij gezonden hebt”. “Van nature zoekt iedereen zijn eigen mensen op. Dat zit net zo goed in de mens als het maken van onderscheid. Ook een gemeente kan bijvoorbeeld alleen maar uit Antillianen of Ghanezen bestaan. In die zin zijn mensen uit andere culturen niet per definitie ‘inclusiever’. Je eigen groep opzoeken en onderscheid maken tussen ‘wij’ en ‘zij’ zit gewoon diep in de mens. Als ik op een Surinaamse verjaardag kom, kan het ook zijn dat mensen je steeds als ‘die blanke’ blijven zien.”
Enorme verrijking
“Je moet even uit je comfort zone komen om een relatie aan te gaan en samen te werken met mensen met andere gewoontes en achtergronden”, zegt Koen Minderhoud. Dat kost in het begin moeite, “maar je merkt een enorme verrijking.”
Hij noemt als voorbeeld worship of dans dat in Kom en Zie een veelkleurig karakter heeft gekregen. “Het is veel vrijer geworden. Dat heeft mij geholpen om mijn Zeeuwse stijfheid af te leggen en veel vrijer in aanbidding te worden. Dat is zó’n verrijking.”
Volgens Minderhoud is die veelkleurigheid niet alleen iets moois voor de kerk van nu, maar ook een voorproefje van de hemel. Hij wijst op de woorden uit Openbaring 7:9-10:
“Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand. En zij riepen met luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!”
“Als mijn vrouw op zondag op het podium staat en de zaal van Kom en Zie inkijkt, zegt ze vaak: ‘Zo moet het in de hemel zijn.’ Mensen uit allerlei landen en culturen aanbidden samen God als één familie. Dat raakt mij elke keer weer en laat iets zien van het beeld uit Openbaring: alle volken rondom Gods troon.”
Eén familie
Als kerk is Kom en Zie steeds meer één familie geworden, waar Minderhoud enorm van geniet. “Mensen die voor het eerst komen, merken meteen hoe ongedwongen we met elkaar omgaan. Juist al die culturen zijn een getuigenis dat God ons één familie gemaakt heeft.”
Minderhoud benadrukt dat dit familiegevoel niets te maken heeft met ‘politiek links’ of ‘voor open grenzen zijn’. “We zijn Nederland en iedereen moet zich aanpassen, ik ben helemaal geen links persoon. Van mensen die hier komen wonen mag je wel wat verwachten. Maar dat gezegd hebbend: het spreekwoord ‘wat de boer niet kent dat eet hij niet’, is vaak de crux in dit verhaal.” Zodra je als christenen samen bidt en in bediening staat, verdwijnen de vooroordelen vanzelf.”
“Zou je minder boos geweest zijn?”
Hoe kijkt Minderhoud naar zijn landgenoten die de Oranje-spelers racistisch bejegenden? “Ik kan het niet begrijpen. Ik vraag me af: zou je minder boos zijn geweest, minder erg hebben gevonden, als het een blanke Nederlander was geweest? De enige verklaring die ik kan bedenken, is dat er onbewust toch racistisch gedachtegoed speelt.”
De sleutel ligt voor hem in de Bijbel: Geen onderscheid tussen Jood en Griek, allen één in Christus (Gal. 3:28). “Dat is geen mooie theorie, maar iets wat je werkelijk ervaart wanneer je samen aanbidt en samen in Gods aanwezigheid bent.” Dat roeit dat elke vorm van discriminatie uit.” Hij verwijst naar hoe het evangelie de vijandschap tussen Jood en heiden opheft. Dat kun je ook doorvertalen naar kleurverschillen “Als je dat begrijpt roeit dat elke vorm van discriminatie uit.”
Dat onderscheid is ten diepste een stukje vlees dat moet sterven, een stukje oude natuur — we beoordelen niemand meer naar het vlees.”
“Ik dacht dat we verder waren”
Over de racistische reacties na het WK zegt hij tot slot: “Je schaamt je ervoor. Ik dacht dat we verder waren in Nederland. Blijkbaar niet. Het doet wel pijn, tegelijkertijd besef je alleen maar meer dat enkel Jezus de oplossing is voor dit probleem.”





