Een bosweg met oude bomen, een monumentale boerderij en een wat moderner gebouw. Ik ben gearriveerd bij retraitecentrum De Spil op landgoed Monnikenberg in Hilversum waar ik vierentwintig uur ga proeven van rust en bezinning in dit voormalige klooster. Het werd veertien jaar geleden opgezet door een aantal zusters Augustinessen. Toen de zusters vertrokken, nam Stichting De Spil het klooster over. “We noemen het hier weleens de gemeenschap van de bijenkorf.”
Coördinator en beheerder Maarten Goossensen staat me al op te wachten in de ruime hal van het moderne gebouw dat de laatste jaren dienst deed als woonplek voor de zusters, terwijl de naastgelegen boerderij werd gebruikt voor gasten. Verderop op het landgoed staat Klooster De Stad Gods, een oud monumentaal gebouw, dat nu dienst doet als verpleegtehuis.
We gaan zitten in de ruime woonkeuken van het nieuwe gebouw. Er is koffie en we kijken uit op een tuin en voormalige veengronden daarachter. Enkele vrijwilligers wieden onkruid. Naast drie betaalde krachten, onder wie het echtpaar Goossensen, zetten ongeveer veertig mensen zich vrijwillig in om het klooster draaiende te houden.
Wantrouwig
Maarten ging voor het eerst op retraite in Giessenburg, waar De Spil eerst gevestigd was. Komend uit een traditionele kerk, was hij wat wantrouwig bij het zien van kaarsen en ikonen, maar tot zijn verrassing paste het verblijf in een klooster hem als een warme jas. “We hadden jonge kinderen, het leven was intens. Ik heb tijdens de retraite zo’n vrede ervaren dat ik dacht: dit heeft een mens elk jaar nodig.” Na drie jaar werd Maarten gevraagd om te koken en gastheer te zijn. Ook zijn vrouw Marjolein ging af en toe op retraite in het klooster. Zo groeien ze langzaam in het werk. In 2023 worden ze officieel beheerder en ze gaan met hun twee dochters op het landgoed wonen.

Maarten checkt even of de vorige gast de kamer netjes heeft achtergelaten – de gasten verzorgen zelf de schoonmaak van hun slaapkamer – en dan mag ik erin. Aan twee lange gangen grenzen totaal acht slaapkamers, waar maximaal zestien gasten kunnen verblijven. In de naastgelegen boerderij zijn nog vier slaapkamers. Mijn kamer kijkt uit over het landgoed. Ik ga even zitten in de comfortabele stoel voor het raam. Omdat ik nog wat telefoontjes moet plegen voor Revive, ervaar ik nog niet helemaal de rust, maar als alles is afgerond, pak ik mijn Bijbel. Heerlijk om hardop te kunnen lezen zonder iemand te storen.
Iets voor twaalven gaat de bel. In de keuken blijf ik even plakken bij Maarten, die champigonsoep maakt. Maar subtiel maakt hij me duidelijk dat er een viering is in de kapel. Ik snel erheen, doe mijn schoenen uit en schuif iets te laat in de bankjes. Zo’n acht mensen zitten op knielbankjes of gewone banken. Er is muziek, Marjolein leest een bijbelgedeelte en er wordt een lied gezongen. En er is stilte. De voorkant van de kapel bestaat uit glas. Voorin staat een kruis dat uit steen lijkt gehouwen, er branden kaarsjes rond een waterornament. Ik ervaar Gods aanwezigheid en dank Hem dat ik hier ben.

Gelach
Na een minuut of twintig verlaten we de kapel rustig en schuiven we aan aan de lange eettafel waar soep en brood wordt geserveerd. Er klinkt gelach aan tafel en er zijn goede gesprekken, die later worden voortgezet op de bank voor het raam. Martin* is traditioneel gelovig opgevoed, raakte het geloof kwijt, maar is recent door een vriend meegenomen naar een kerk omdat het niet goed met hem ging. Martin hervond zijn geloof en is voor het eerst op retraite. De rust doet hem goed, vertelt hij. Margot* is geen christen, maar bestudeert het Taoïsme. Volgens haar zijn er overeenkomsten in te vinden met het christendom. Ook niet-christenen zijn welkom bij De Spil. Het is wel de bedoeling dat de vieringen bijwonen. Margot zegt dat ze er altijd wel iets uit kan halen voor zichzelf. De gesprekken over het geloof zijn open en kwetsbaar.
Maarten zegt: “Als je God aan het werk wilt zien, moet je hier komen werken. Vaak komen mensen gestresst binnen. Bij vertrek zie je de rust in iemands ogen. De druk valt eraf, er komt ruimte. Soms komen mensen met vragen. Het is niet altijd zo dat ze antwoord krijgen op hun kwesties, maar wel dat ze als minder belangrijk worden ervaren. Als je iets in Zijn handen legt, is het minder zwaar. Vaak worden mensen verrast door wat God geeft in hun tijd met Hem.”
Vlonderpad
In de middag neem ik tijd voor een rondje over het landgoed. Het is heerlijk om buiten te zijn en te spreken met mijn Vader. Herderskwaliteiten lijk ik niet te hebben, want een grote kudde grazende schapen holt enigszins paniekerig van me weg. Het is leuk om het houten vlonderpad te volgen dat over de veenafgraving lijkt te zweven. Soms staat het water zo hoog dat de vlonder niet begaanbaar is, maar in deze tijd van het jaar is het droog. Onder de hoge bomen stuit ik op de plaats waar zusters hun laatste rustplaats vonden. De graven zijn gemarkeerd met een eenvoudig stenen plaatje. Zuster Etiënne, zuster Constantia, zuster Francisca, ze markeren allemaal een periode in een sober leven van onophoudelijk gebed en rust. Er is een versgedolven graf waarop twee bosjes bloemen liggen. De zuster werd drieënnegentig jaar.
In de keuken tref ik Marjolein bij de koffie en thee. We blijken dezelfde achtergrond te hebben en ook een soortgelijke geloofsreis te hebben gemaakt. Ik vind het bijzonder dat ze ondanks alle taken die er te verrichten zijn, rustig de tijd neemt voor een gesprek. Het is ook haar gewoonte om nooit iets van haast te laten blijken. Mensen komen voor hun rust en zij wil hen daarin dienen. Het werk in het klooster veranderde haar. “God, we doen Uw werk, in dat besef leven we elke dag. Vroeger dachten we meer in hokjes en vakjes, maar hier vallen kerkmuren weg. We hebben minder oordeel in ons hoofd en ons geloof is versterkt en verdiept. We kunnen mensen meer zien zoals Jezus ze ziet.”

Open haard
Om zes uur schuiven we aan voor de vegetarische curry die Maarten heeft gekookt. Als carnivoormoet ik zeggen dat het heerlijk smaakt. De bodem van de pan komt snel in zicht. Twee uur later zitten we weer in de kapel – dit keer ben ik wel op tijd. Ik merk dat de rust en regelmaat me goeddoen. Voor de koffie verhuizen we naar de tweede woonkamer waar allerlei zithoekjes zijn. Overdag is het een plek van stilte, maar ’s avonds een plek van gezelligheid. De open haard brandt en we voeren lange en diepe gesprekken. Een voor een trekt zich terug voor de nacht. In bed lees ik uit een meegenomen boek. Hoewel er wifi is, voelt het onnatuurlijk om naar de telefoon te grijpen. De stilte doet me goed.
De volgende ochtend is er ineens gemekker te horen. De snel geopende gordijnen markeren een prachtige aanblik van de kudde, die door de vrouwelijke herder is verplaatst. De schapen knabbelen aan ongewenste plantjes en opschietende boompjes en helpen daarmee het gebied te onderhouden. De parallel met de Herder is moeilijk weg te denken.

Het ontbijt met verse croissantjes, zelfs met veganistische, staat klaar. Ik begin de mensen al wat beter te kennen en het is een vrolijk weerzien na een nacht. Mijn vierentwintig uur in het klooster zitten er bijna op. Maarten zegt: “We noemen het hier weleens de gemeenschap van de bijenkorf. Iedereen vliegt na een korte periode van rust weer uit. Het idee is om hier op te laden zodat je in je eigen omgeving weer uit kunt delen.” Als ik het landgoed verlaat, kijk ik nog een keer om. ‘Gods landschap’ lees ik in het voorbijgaan op het witte hek. Er staat ‘Goois landschap’, realiseer ik me een fractie van een seconde later. Ik heb me zo op Hem kunnen focussen dat ik Hem overal in zie en ik prijs Hem.




