Op de fiets. Het is een mooie dag de zon schijnt en ik ben bijna bij de spoorwegovergang. De spoorbomen gaan vlak voor me naar beneden. Even baal ik, want nu moet ik wachten. Ik zie een jonge gast voor me staan met zijn fiets. Hij heeft een zwarte jas aan met een capuchon over zijn hoofd. Hij maakt nou niet de meest blije indruk op me. Ik kan een praatje maken, maar ik heb even geen woorden. De trein is voorbij en we fietsen weer door.
Tekst: Mirjam Cappon-Oldengarm
Ik vat moed en ga naast hem fietsen. ‘Hey hoi,’ zeg ik tegen hem. ‘Hoe gaat het?’ Waarom zou hij hierop reageren denk ik bij mezelf, op een compleet vreemde vrouw die naast hem komt fietsen en vraagt hoe het gaat. Hij reageert bijzonder genoeg met; ‘Ja goed.’ Ik vraag wat hij gedaan heeft. Hij vertelt dat hij is wezen gamen met zijn vrienden. Ik reageer luchtig; ‘Wat gezellig. En wat doe je nog meer in je leven, wat vind je echt leuk om te doen?’ Opnieuw krijg ik het antwoord gamen, geen hobby’s, ofzo. Om eerlijk te zijn vind ik dit best confronterend dat zijn leven met name uit gamen bestaat. Ik neem de vrijmoedigheid om hem te bemoedigen.
‘Weet je dat God van je houdt? Hij je talenten heeft gegeven die jij goed kan? En dat Hij een goed plan heeft voor jouw leven. Ben je gelovig’ vraag ik. ‘Nee, dat niet,’ zegt hij. Maar hij vertelt dat hij wel op een christelijke school heeft gezeten. Halleluja voor de christelijke scholen waar de Bijbelverhalen worden verteld en waar zoveel kinderen komen die thuis niks mee krijgen. ‘Dus je kent het verhaal van Kerst dat Jezus is geboren?’ Ja dat kent hij.
‘Weet je dat we bijna Pasen gaan vieren?’ Dat weet hij ook en ik begin te vertellen van Jezus geboorte naar het kruis, wat we met Pasen vieren. Dat Jezus is gekomen om voor onze zonden te sterven en het voor ons in orde heeft gemaakt met God. ‘Als mensen doen we soms hele domme dingen en we leven niet in relatie met God’ zeg ik tegen hem. ‘We zijn egoïstisch, we doen anderen mensen bedoelt of onbedoeld pijn.’ Dat herkent hij wel. ‘God is heilig en wij niet. Jezus heeft het voor ons in orde gemaakt met God.’ Hij reageert dat hij dit wel gelooft. Ik ben even verbaasd.
Stoppen en bidden
Vervolgens leg ik hem uit hoe hij Jezus in Zijn hart kan uitnodigen. ‘Dat ga ik vanavond doen’, zegt hij. Even gaat het door me heen: ik moet hem vragen om nu te stoppen en samen te bidden. Maar we kwamen op het punt dat hij naar links ging en ik naar rechts. Ik bemoedig hem dat hij dat echt moet doen en ik bedank hem voor de tijd en het gesprek. Halleluja zo’n ontmoeting maakt mijn hart zo blij en dankbaar. Gewoon op de fiets en ik fiets een paar minuten met hem mee. Ik stap heel even in zijn leven en deel het evangelie en dan gebeurt er dit. Ik moet denken aan de tekst over de oogst; de velden zijn wit, de mensen zijn er. Mijn gebed is dat ik me open blijf stellen voor mijn omgeving, dat ik steeds weer die drempel over stap om gewoon even in iemands leven te zijn om te bemoedigen om de liefde van Jezus te delen. Dat ik uitreik naar dat wat verloren is.
Wanneer ik het in mijn hart voel, dat dat niet van mij is, maar dat het Gods hart is dat klopt voor die ander. Jezus zoekt naar dat wat verloren is. Zijn hart gaat ernaar uit. Lukas 19:10 ‘Ik, de Mensenzoon, ben gekomen om afgedwaalde mensen te zoeken en te redden.’ Laten we elkaar bemoedigen met onze getuigenissen en laten we over onze drempels die we ervaren blijven stappen om te zoeken en te redden waar Jezus hart zo naar uitgaat naar degenen die verloren zijn.
Mirjam Cappon–Oldengarm van Powerful Women schrijft maandelijks een column voor revive.nl




